Een voorbode?

Het lijkt wel of de Lente zich aan begint te kondigen. Sommige mede-bloggers hebben de voorjaarsschoonmaak al in hun hoofd en ook mijn buren zijn druk bezig met de grote schoonmaak. Deze morgen, de eerste zaterdag van de maand, kwam een vereniging het oud papier ophalen en dat was nodig.

Al vanaf september was ik, met uitzondering van 1 keer verslapen, nooit thuis op de papierophaaldag. En dat was te merken aan mijn schuur, het oudpapier had zich inmiddels al behoorlijk opgestapeld. Nu ben ik een voorstander van structurele oplossingen, dus naast het oud papier op straat zetten heb ik toch ook maar de nee-nee stikker op mijn brievenbus geplakt. De meeste folders gaan namelijk gesealed en al naar mijn schuur,  ik lees ze gewoon niet. Ik heb er geen tijd voor en ik heb mijn vaste winkels waar ik mijn boodschappen doe, dus waarom zou ik folders van andere winkels lezen.

Die opgeruimde schuur gaf mij een opgeruimd gevoel en ik vond dat ik mezelf een cadeau mocht geven. Deze middag reed ik naar Urk, alwaar ik nu eindelijk een digitale spiegel reflex heb gekocht. Mijn collega’s werden al een tijdje gek van mij, want er waren momenten dat ik over niets anders kon praten. Dus speciaal voor hen: “Nee het is niet de D90 geworden, maar de D60”. Als vervent emotieverzamelaar (lees veel boeken, CD’s en DVD’s) kan ik nu op pad met mijn nieuwe emotievanger.

Een nieuwe regel die mij raakt

Deze week in de regel die mij raakt (in aanloop naar Valentino)

Titel: She’s always a woman to me (1978)”
Band: “Billy Joel”
Regel: “She can kill with a smile, She can wound with her eyes”

Ik vind dit nummer gewoon mooi, omdat alles klopt. De melodie en de tekst zijn in balans en verder geen poespas gewoon simpel de man en zijn piano. De vrouw die Billie beschrijft doet me aan iemand denken. En het maakt ook niet uit wat ze doet, She’s always a woman to me!, of ze me nu verbeten aankijkt of mijn onhandige nuances weg lacht.

Pessimist

Ik zat tijdens mijn studententijd met studievriend H. op de trappen naast de V&D in Enschede. H. is een imposante verschijning, ruim over de 1.90, rossig haar met slag erin en vrij stevig. In die tijd had hij het hele dorp waarin hij woonde in rep en roer gezet, hij had namelijk een relatie met een meisje die 6 jaar jonger was dan hij. Wat is nu zes jaar zou je kunnen denken, op zich niet veel maar hij was 21 en de bewoners uit de plaats waar zijn ouders woonden keurden het allemaal af. Hij zat daar behoorlijk mee, want niet alleen zijn plaatsgenoten, maar ook de ouders van dat meisje keurden deze liefde af.

Maar goed, we zaten daar zo op een middag in het voorjaar op de trap, met boven ons donkere wolken. En ik vroeg aan H. hoe het met zijn relatie ging.
– “Het gaat zo regenen” – zei hij.
– “Pessimist” – antwoordde ik.

Het gesprek ging verder over andere zaken die ons bezig hielden. De boeken die we lazen, de verhalen die ik schreef en de muziek waar we graag naar luisterden. Ik geloof dat we toen allebei helemaal into Oasis waren, maar dat terzijde. Ik zelf had in die tijd een oogje op een mooie dame uit de omgeving waar mijn ouders woonden, maar die relatie kwam maar niet echt van de grond.

– “Hoe gaat het met Manuela?” – vroeg hij.
– “Het gaat zo regenen” – zei ik
– “Pessimist” – was zijn antwoord.

Mijn eerste bezoek aan een gesloten afdeling

Tijdens het lezen van “echte mannen eten geen kaas” kwamen er toch herinneringen naar boven borrelen aan een vorig project, vooral toen ik de passage las waarin Maria op de crisis opvang zat. Ik moest denken aan mijn eerste bezoek aan een jeugdinrichting die alleen gesloten afdelingen had. Dat is in de gewone volksmond een jeugdgevangenis. Ik ging er samen met een collega heen die er al eens eerder was geweest.

Toen ik voor de eerste keer bij die jeugdgevangenis kwam viel het mij direct op dat het er grauw, grijs en saai was. En die beveiliging was echt veel strenger dan de beveiliging die ik mee maakte op de vliegvelden voor een ander project. Ik weet nog goed dat we bij een hek kwamen. We drukte op een knop en er ging een hek open. We stonden zeg maar in een corridor, want het andere hek dat naar de binnenplaats leidde bleef gesloten. Nadat het eerste hek gesloten was ging de tweede pas open en we liepen naar het hoofdgebouw.

Daar gebeurde hetzelfde, eerst door de buitendeur een corridor in en als die dicht was dan ging de andere pas open. We moesten ons identificeren en moesten tijdelijk onze paspoort afgeven. Ik geloof zelfs dat we van te voren ons bezoek moesten aankondigen, zodat ze onze doopceel konden lichten. Om een lang verhaal korter te maken, we moesten bijna alles afgeven. Waaronder onze jassen en onze mobiele telefoon. Nadat we door een metaaldetector waren gegaan en onze tassen door een röntgenscanner, mochten we door naar onze afspraak met de ICT-manager.

Het gesprek met de beste man verliep naar wens en zo vlak voor het einde vroeg ik hem waarom we onze mobiele telefoon moesten inleveren.
– “Als er jongeren proberen uit te breken, dan willen wij kost wat kost voorkomen dat ze contact zoeken met de buitenwereld” – je snapt dat ik al iets schrok.
– “We willen dan niet dat ze mobieltjes gaan gebruiken van eventuele bezoekers die ze gijzelen”.

Tot op dat moment had ik me niet eens echt gerealiseerd dat we in een gevangenis waren. Ik zal je heel eerlijk bekennen dat ik me vanaf het moment dat de man me dit vertelde, totdat ik weer in de auto zat, me niet echt op mijn gemak voelde. Terwijl de meters hoge hekken die om de gevangenis stonden, me eigenlijk niets deden toen we aankwamen rijden.

Op reis

Begin januari hadden we de jaarlijkse veroordelingsgesprekken weer, je kent ze vast wel. Het is een lateraal gesprek, want je krijgt te horen wat je goed doet en wat je minder goed doet. Dat eerste is te weinig en te laat, want wat vaker een schouderklopje krijgen is ook wel eens prettig. En dat laatste daar kan ik gewoon helemaal niks mee. Als je mij vertelt dat ik een half jaar geleden of een jaar geleden iets niet goed deed dan is dat te laat. Zeg het me gewoon direct nadat je het constateert. En het meest ergerlijke vind ik dat je je manager of je projectleider nooit terug mag beoordelen.

Maar goed. Jaarlijks terugkerend item is dat ik mensen niet het gevoel geeft dat ik luister en dat klopt. Ik sluit me er bewust voor af, want als ik dat niet doe dan word ik daar soms gek van. Het openbaar vervoer ontwijk ik bijvoorbeeld ook. En waarom? Ik ben blijkbaar benaderbaar, dat bedacht ik me onlangs. Het overkomt mij namelijk erg vaak, dat als ik ergens sta te wachten bij een bushalte of in de supermarkt. Een volslagen onbekende spreekt mij dan aan en vertelt tussen neus en lippen door zijn of haar levensverhaal. En om eerlijk te zijn zit ik daar niet altijd op te wachten, want soms heb ik genoeg aan mijn eigen sores.

Zo is het me al eens overkomen, dat een vrouw van rond de 65 naast me stond bij een bushalte. Ik was aan de vroege kant, of aan de late want misschien had ik de vorige gemist. En ze vertelde mij dat haar man pas overleden was en dat ze nu geen rekeningen kon betalen, omdat de bankrekeningen waren geblokkeerd. Haar familie liet haar in de steek want die aasden op de erfenis die haar man achter had gelaten.

Een andere keer zat ik in de trein en tegenover me zat een meisje. Ik denk dat zij destijds mijn leeftijd had, dus laten we zeggen 21 jaar. Ik had haar nog nooit gesproken en twee minuten nadat ze me aansprak, vertelde ze mij dat ze vroeger misbruikt is. En ik leefde echt met haar mee, maar wat kan ik met die informatie? Ze liet me verbouwereerd achter toen zij bij het volgend station uit de trein stapte. Sindsdien heb ik altijd oordopjes in als ik in de bus of trein zit, en meestal staat mijn i-pod dan niet eens aan.

Goed nu met al dat positivisme en dat ambassadeurschap, heb ik maar eens besloten dat ik me er maar niet langer voor af moet sluiten. Misschien is het wel een van mijn doelen in het leven. Misschien moet ik openstaan voor anderen zodat ze hun verhaal kwijt kunnen en dat dat dan misschien wel een stukje van hun herstelproces is. Zoals Raaphorts zo mooi zei. Het gaat niet om het doel, maar om het pad er naar toe. Ik stap symbolisch weer op de trein en vervolg mijn reis.

Logeerpartij

Gisteravond lag er weer eens een vrouw in mijn bed, sterker nog twee zelfs. Alleen waren die al weer verdwenen voor ik er zelf in kroop. Voor wat buren en vrienden M. en S. hield ik mijn verjaardag en M. en S. namen hun kinderen mee. De jongste ging in een campingbed en de twee oudste sliepen dus in de mijne. Nu ging dat slapen bij die twee niet echt vanzelf. Want als je 4 1/2 en 2 1/2 bent dan is liggen in zo’n groot bed (2m bij 2,2m) een feest op zich.

Ik bescheurde het toen ik die twee over de babyfoon hoorde die bij ons beneden stond. Ze hadden het touwtje van de schakelaar van mijn slaapkamer lamp ontdekt. De jongste wilde het licht aan en de oudste wilde het licht uit. Dat ging dus een tijdje aan en uit, aan en uit. M. ging al een paar keer naar boven om te zeggen dat ze echt moesten gaan slapen. Maar als hij net weer zat ging het licht weer aan en uit, aan en uit.

Op den duur was de oudste dat beu en die zei tegen haar zusje. “Als je het licht nog 1 keer aandoet pak ik je speen af”. En daarna was het stil boven.

Een nieuwe regel die mij raakt

Deze week in de regel die mij raakt

Titel: “In my life”
Band: “The Beatles”.
Regel: “There are places I’ll remember, all my life though some have changed”

Het is niet alleen de regel, het is eigenlijk meer het hele eerste couplet:

There are places i’ll remember
All my life though some have changed
Some forever not for better
Some have gone and some remain
All these places have their moments
With lovers and friends i still can recall
Some are dead and some are living
In my life i’ve loved them all

All ruim 15 jaar woon ik niet meer in mijn geboortedorp, maar ik kom er nog regelmatig om mijn familie te bezoeken. En als ik dan bij aankomst een extra omweg neem om wat oude herinneringen op te halen, dan is het eigenlijk precies zoals John Lennon dat beschrijft. Ik kan me de straten en de huizen nog goed herinneren, sommige plekjes zijn inderdaad veranderd en andere zijn er niet meer en sinds mijn jeugd is het dorp denk ik wel 3 keer groter geworden.

Als kind speelden we in boomgaarden die nu plaats gemaakt hebben voor nieuwbouwwijken. En wat toen de nieuwbouwwijk was is nu een wijk van 25 jaar oud. Er zijn ook genoeg plekken die me herinneren aan mijn jeugdliefdes en aan de vrienden die ik toen had. De jeugdliefdes blijven jeugdliefdes en de vrienden van toen ben ik in de loop der jaren uit het oog verloren. Maar ik zal de herinneringen aan hen altijd blijven koesteren.

L’inverno: De man met de muts (einde)

Nu was de man met de muts ook een man van weinig woorden, zonder een woord te zeggen trad hij het huis binnen. In het huis zelf waren nog nauwelijks meubels aanwezig, de meeste waren al opgestookt in de alles-brander die in de woonkamer stond, een poging om de kou uit het huis te houden. De mannelijke bewoner van het huis stelde zijn gezin voor aan de man met de muts, zijn vrouw en zijn twee dochters. De jongste van de twee dochters was niet bijzonder aantrekkelijk te noemen, maar zo mag men ook eigenlijk niet kijken naar de geestelijk minder bedeelden. De oudste dochter was een aantrekkelijke jonge vrouw, of althans dat moet ze aan het begin van de winter nog geweest zijn. Door de extreme koude was het voor de man en zijn gezin moeilijk geworden om aan eten te komen en dat was hen ook aan te zien.

De man met de muts kreeg een karig doch warme maaltijd aangeboden en een bed om te overnachten. Over wat er die nacht gebeurde is weinig bekend, naar verluidt heeft de man met de muts de nacht intiem doorgebracht met de oudste dochter, zonder dat de andere gezinsleden hier iets van gemerkt hebben. En terwijl hij gemeenschap had met de oudste dochter hield hij zijn muts op. Toen het gezin ‘s ochtends wakker werd was de man met de muts al vertrokken en al die tijd die hij bij het gezin heeft doorgebracht heeft hij geen woord geproken.

Tegen de tijd dat de lente naderde, kwam er een warmte front die de koude verdreef. Stil aan smolt de sneeuw en kwam het openbare leven weer moeizaam op gang. De mensen treurden om het verlies van dierbaren en zouden deze winter nooit meer vergeten. En van de man met de muts is nooit meer iets vernomen.

[slider title=”Van de redactie” nstyle=”display:none;”]L’inverno, wat Italiaans voor winter is, is onder deel van de serie Quatro stagioni (de 4 jaargetijden). Het gehele verhaal van L’inverno is hier in zijn geheel te lezen. La primavera het vervolg verhaal is al bijna klaar. En die zal ik ook in delen publiceren.[/slider]

Nationale gedichtendag?

Goed hoe gaan we deze eens beginnen. Een woensdag zoals de meeste de laatste tijd, niet mijn dag althans zo leek het. De laatste tijd merk ik dat ik me toch erg snel aan dingen irriteer, maar dat even ter zijde. Ik kwam thuis na een dag werken en er lag een enveloppe op de mat met een handschrift die ik niet ken. Ik opende hem zag twee kantjes vol en de naam van de afzender, ene M.

Goed, ik ben een tijdlang op een online community actief geweest en daar leerde ik mensen kennen, zo ook M. M. was een jonge jongen van 13 die worstelde met het begrip puber zijn. Hij had regelmatig ruzie met zijn ouders en werd op school gepest. Daar leden zijn schoolresultaten ook weer onder en daar kwamen nog meer ruzies met zijn moeder mee, zijn vader was namelijk nooit thuis. Eigenlijk had hij niemand bij wie hij zijn verhaal kwijt kon in real-life en hij kon ook niet tegen zijn ouders zeggen dat hij elke dag in elkaar geslagen werd op school. Dat er elke dag jongens hem op stonden te wachten.

Kijk zoiets grijpt mij gewoon aan, want zo’n jongen moet gewoon kunnen genieten van het nog onbevangen leven en zijn jeugd. Op den duur werden zijn berichten die ik en ook W. via een forum of op de MSN ontvingen steeds vreemder en hij zinspeelde op zelfmoord. W. en ik hebben veel op die jongen ingepraat om vooral die gedachte maar uit zijn hoofd te halen. En eigenlijk was het enige dat ik deed gewoon naar die jongen luisteren. Vaak zei ik tegen hem “M. luister, jij ziet het nu somber in, maar geloof me als je straks ouder bent wordt alles beter. Het leven heeft nog zoveel moois voor jou in petto.” En dat gaf hem soms wat houvast en op andere keren twijfelde hij daar aan.

Nu vermoed ik dat hij in het kader van de nationale gedichtendag een gedicht heeft geschreven. M. is inmiddels 15 of 16 en het gaat helemaal goed met hem. Ik kreeg van hem vandaag een gedicht van twee kantjes en dat gedicht eindigde met:

Hierbij eindig ik mijn gedicht
Jullie hebben altijd mij even het pad laten voelen.
En nu kan ik verder, verder met mijn levenslicht.
Ik weet nu wat jullie met ‘in petto’ bedoelen.

Bedankt! M.

Ik mag dan misschien nooit rijk worden. En ik zal ook wel niet het maximale uit mijn carrière halen. Maar weet je, als iemand je zo dankbaar is, omdat je er gewoon voor de persoon bent als er niemand anders is, dan voel ik me dus echt ontzettend rijk. En sentimenteel als ik ben, pink ik tijdens het typen een traantje weg. Mijn ‘zoon’ heeft het gehaald en dat op eigen kracht.

Echte mannen eten geen kaas.

Okay de afgelopen twee avonden was ik dus serieus in de ban van een boek, eentje die je openslaat en eigenlijk gewoon in één keer uit wilt lezen. Eerst even een flashback naar mijn vorige werkgever. Het laatste project dat ik daar deed was voor de (justitiële )jeugdinrichtingen, ook wel JJI en JI. Als analist moet je je altijd zo snel mogelijk inleven in de wereld van je klant en al snel raakte ik bekend met kreten als: open-, besloten- en gesloten afdelingen. Stoornissen als  ADHD en border-line. Vaktermen als PIJ, behandelplannen en disciplinaire deelplannen.

Voor het schrijven van het ontwerp analyseerde ik documenten waarin beschreven stond wat de aanleiding was van de opname. En als ik dan las hoe een valse start sommige jongeren hadden, dan was dat werkelijk hartverscheurend. Een jongen werd op 7-jarige leeftijd opgenomen. Hij zelf was licht autistisch en vlak voor de opname was zijn moeder in een psychiatrische inrichting opgenomen, omdat ze het syndroom van Korsakov had. Voor degene die de termen niet kent, google maar eens of kijk eens op wikipedia. Die jongen was geestelijk al belast en Korsakov krijg je niet door af en toe wat alcohol te drinken, daarvoor moet je toch jarenlang elke dag veel drinken. Ik wil dus gewoon niet eens weten wat die jongen thuis allemaal heeft meegemaakt, want de wetenschap alleen deed me al pijn. Noem me een sentimentele zak of wat je ook wilt, ik ben gewoon een emotioneel mens.

Mijn respect voor de mensen die bij een (J)JI werken is tijdens dat project alleen maar gegroeid. En ik vertelde dit tegen collega R. en zij wees me op het boek “Echte mannen eten geen kaas” van Maria Mosterd. Ongetwijfeld hebben de meeste van jullie dit boek al gelezen, maar voor die paar die het niet kennen. Maria is vanaf haar 12de tot haar 16de in handen van een loverboy geweest en over die ervaringen heeft ze een boek geschreven. Het boek is echt pakkend, en leert je dat je er als ouder niet per definitie verantwoordelijk hoeft te zijn, want in het geval van Maria was het een behoorlijk georganiseerde bende. En oordelen over hoe stom je het vindt dat een meisje zich zo laat inpalmen dat kun je ook niet. Want Maria vond het zelf allemaal behoorlijk verwarrend. Soms wilde ze weg bij die Loverboy en op andere momenten juist naar hem toe.

Ik heb het boek vol verbazing zitten lezen. Werkelijk onbegrijpelijk dat dit gewoon in ons land gebeurt. Ja natuurlijk had ik er wel eens wat van op televisie gezien, maar nimmer had ik begrepen wat het echt inhield. Kunnen we er wat aan doen? Dat was een van de vele vragen die mij de afgelopen twee dagen bezig hield. Ik denk dat het minimale dat je kan doen, het geven van voorlichting is in groep 8 en op de middelbare school. Ik herinner me vooral uit mijn eigen jeugd dat de puberteit al verwarrend genoeg is en dat je dan heel makkelijk te beïnvloeden bent. Ik kan  jullie allemaal aanraden om het boek te lezen mocht je het nog niet gedaan hebben.