The Wonder Years

simon_and_garfunkelVeel van mijn herinnering komen naar boven als ik, willekeurig, een cd opzet uit mijn collectie. Zo kwam deze weer naar boven toen ik naar “El condor Passa” van Simon and Garfunkel luisterde. Ik was een jaar of 4 dus mijn broer zal 7 of 8 geweest zijn. Zoals zo vaak in die tijd zaten we op zijn slaapkamer te luisteren naar de oude singletjes van mijn vader en moeder, die we op zijn platenspeler draaiden. We luisterden naar “Why don’t you write me”, de B-kant van “El Condor Pasa” .

“Kun je het je dan echt niet meer herinneren?” – vroeg mijn broer.

“Nee echt niet.” – zei ik.

“Probeer het nog eens dan.”

“Ja nu weet ik het weer” – zei ik.

Hij had me wijs gemaakt dat ik Art Garfunkel was en hij Paul Simon. En op zich had dat best gekund, hij met zijn git zwart haar en ik met mijn blonde krullen. Die hele middag speelden we dat we twee wereld beroemde artiesten waren, het spelen ging zo ver dat we het uiteindelijk allebei geloofden. Tijdens het spelen draaiden we ook singletjes als: “The Red Rubber Ball” van “The Cyrcle”, “With a Girl like you” van “The Troggs”, “Hi Ho Silver Lining” van “Jeff Beck” en “I wanna be your man” van “The Beatles” en nog vele anderen.

We draaiden ook “Same Old song” van de Haagse band the “The Motions” ,waarvan de gitarist later, met zijn nieuwe band “Shocking Blue”, furore zou maken door als eerste Nederlandse band een nummer 1 hit te scoren in the United States. Dat deden ze met het nummer “Venus”, dat in de jaren 80 gecovered werd door de appetijtelijke dames van “Banarama”. Op de hoes van de single “Same old song” stond een afbeelding van de band leden in zwart-wit. En mijn broer maakte mij wijs dat mijn twee ooms en mijn vader vroeger in de band speelden.

“Dat zie je toch wel. Dat daar die ene is pa. En dat is ome Henk en dat daar is ome Herman” – zei hij.

“Ja maar wie is die vierde dan?” – vroeg ik.

“Doe nou niet zo dom. Je ziet toch dat het pa, ome Henk en ome Herman zijn.”.

Ik geloofde hem zoals ik bijna alles geloofde wat hij zei, want tegen een grote broer kijk je altijd op en die weet het altijd beter. Maar welke single we ook draaiden, die middag kon er geen enkele tippen aan “El Condor Pasa”. Het nummer dat we die middag, tijdens ons concert in Tokyo voor onze Japanse fans speelden.

Ik vind jou even niet meer leuk

Maandag was ik bij mijn ouders, omdat ik naar de tandarts moest. Nu moet ik wel uitleggen dat ik op 2 uur rijden van mijn ouders woon en daar 1 keer in de 6 weken kom. Mijn tandarts die heb ik nog steeds daar, enerzijds te lui om een andere te zoeken en anderzijds is de man gewoon goed. Twee weken ervoor was ik er ook al geweest, want er moest wat gevuld worden. Voor het vullen had ik nergens last van, maar erna deed de kies onder de gevulde behoorlijk pijn. Zo pijn dat ik er zelfs sjago van werd en ik dat, ten onrechte, ook op collega’s botvierde. Achteraf bleek dat hij de vulling niet ver genoeg afgevijld had zodat die te veel op de onderste kies drukte en dat veroorzaakte de pijn.

Maandag is ook de dag waarop mijn ouders op de kinderen van mijn broer en schoonzus passen. De twee oudste gaan al naar school, de oudste zelfs al bijna naar de middelbare. Maar de jongste is mijn enige nichtje en nog maar net 3 1/2. Het is echt een ontzettend lief kind en helaas voor oma, is het een opa’s kindje. Alleen niet die dag, want ze vond het wel fijn dat oma Theo er was. Ja van dat oma Theo kom ik niet af, want zo word ik al elf jaar genoemd. Het is blijkbaar een genetische afwijking dat ze geen verschil kennen tussen een oom en een oma. En nee geen flauwe opmerkingen, want de andere oom word ook oma genoemd.

Ik moest nog wat boodschappen doen daar en nam mijn moeder en mijn nichtje mee.

“Blijf je niet bij opa?” – vroeg mijn vader aan haar toen ze haar jas net aan had.

“Nee, ik vind jou even niet meer leuk” – was haar antwoord.

Je snapt wel dat mijn vaders hart heel even gebroken was en ik ontzettend trots op haar gevatheid.

Nationale gedichtendag?

Goed hoe gaan we deze eens beginnen. Een woensdag zoals de meeste de laatste tijd, niet mijn dag althans zo leek het. De laatste tijd merk ik dat ik me toch erg snel aan dingen irriteer, maar dat even ter zijde. Ik kwam thuis na een dag werken en er lag een enveloppe op de mat met een handschrift die ik niet ken. Ik opende hem zag twee kantjes vol en de naam van de afzender, ene M.

Goed, ik ben een tijdlang op een online community actief geweest en daar leerde ik mensen kennen, zo ook M. M. was een jonge jongen van 13 die worstelde met het begrip puber zijn. Hij had regelmatig ruzie met zijn ouders en werd op school gepest. Daar leden zijn schoolresultaten ook weer onder en daar kwamen nog meer ruzies met zijn moeder mee, zijn vader was namelijk nooit thuis. Eigenlijk had hij niemand bij wie hij zijn verhaal kwijt kon in real-life en hij kon ook niet tegen zijn ouders zeggen dat hij elke dag in elkaar geslagen werd op school. Dat er elke dag jongens hem op stonden te wachten.

Kijk zoiets grijpt mij gewoon aan, want zo’n jongen moet gewoon kunnen genieten van het nog onbevangen leven en zijn jeugd. Op den duur werden zijn berichten die ik en ook W. via een forum of op de MSN ontvingen steeds vreemder en hij zinspeelde op zelfmoord. W. en ik hebben veel op die jongen ingepraat om vooral die gedachte maar uit zijn hoofd te halen. En eigenlijk was het enige dat ik deed gewoon naar die jongen luisteren. Vaak zei ik tegen hem “M. luister, jij ziet het nu somber in, maar geloof me als je straks ouder bent wordt alles beter. Het leven heeft nog zoveel moois voor jou in petto.” En dat gaf hem soms wat houvast en op andere keren twijfelde hij daar aan.

Nu vermoed ik dat hij in het kader van de nationale gedichtendag een gedicht heeft geschreven. M. is inmiddels 15 of 16 en het gaat helemaal goed met hem. Ik kreeg van hem vandaag een gedicht van twee kantjes en dat gedicht eindigde met:

Hierbij eindig ik mijn gedicht
Jullie hebben altijd mij even het pad laten voelen.
En nu kan ik verder, verder met mijn levenslicht.
Ik weet nu wat jullie met ‘in petto’ bedoelen.

Bedankt! M.

Ik mag dan misschien nooit rijk worden. En ik zal ook wel niet het maximale uit mijn carrière halen. Maar weet je, als iemand je zo dankbaar is, omdat je er gewoon voor de persoon bent als er niemand anders is, dan voel ik me dus echt ontzettend rijk. En sentimenteel als ik ben, pink ik tijdens het typen een traantje weg. Mijn ‘zoon’ heeft het gehaald en dat op eigen kracht.

Niemand houdt meer van mij.

weggelopen– “Niemand houdt meer van mij”, riep ik uit.

– “Ik wel”. zei mijn broer.

-“Nee, jij ook niet”, beet ik hem toe.

Ik was een jaar of 5 toen ik dat zo net na het avondeten had geroepen. En waarom ik dat toen zo voelde is me eigenlijk compleet ontgaan.

Deze herinnering kwam naar boven toen ik gisteren naar de nieuwe Uri Gellar show zat te kijken. Twee mentalisten gaven een hele freaky show. Uit het panel kozen ze Antje Montero en ze hadden een gesprek met haar. Ze stelden haar een paar hele persoonlijke vragen en daar gaf ze, gelukkig voor de show, antwoord op. En toen Antje de antwoorden had gegeven opende de heren een koffer waarin een papieren rol zat met antwoorden die ze zelf voor de show hadden opgeschreven. Nu waren de vragen, die ze aan Antje gesteld hadden, beslist geen open deuren. Want de vragen waren zo persoonlijk dat de heren de antwoorden eigenlijk niet konden weten. Maar op die rol stonden antwoorden die ook Antje had gegeven

Één van de vragen aan Antje was, “Wat is je vroegste herinnering”. En bij mij kwam deze herinnering naar boven. Nadat ik mijn broer had gezegd dat ook hij niet van mij hield, liep ik naar mijn slaapkamer en pakte mijn koffer en verliet het huis. Ik kan me nog herinneren dat ik hoopte dat mijn ouders mij achterna zouden komen, maar dat deden ze niet. En nadat ik 10 minuten had gelopen besloot ik dat ik terug moest gaan. Ik had al minstens 10 minuten gewandeld,dat leek op die leeftijd een eeuwigheid en ik was geen steek verder gekomen. En ik denk dat ik me realiseerde dat ik eigenlijk helemaal nergens heen kon gaan.

Ik draaide me om en liep weer terug naar huis. Daar aangekomen ontdekte ik dat mijn ouders juist heel veel van me houden, zoveel zelfs dat ze me toen al de ruimte gaven om zelf het leven te ontdekken. Wat ze me pas veel later vertelden was dat ze me al die tijd in de gaten hadden gehouden, toen ik met mijn koffertje in mijn handen over straat liep. Even hadden ze zich zorgen gemaakt, want ze hadden niet verwacht dat ik zo ver zou lopen en net toen ze achter me aan wilden komen zagen ze dat ik me omkeerde. Het mooie was dat ik alleen mijn koffertje had gepakt, want ik was nog veel te jong om me te bedenken dat je een koffer meeneemt om spullen in te kunnen doen, ik had er niks in gedaan.

En na al die jaren zijn mijn ouders er nog steeds voor mij, als het even tegen zit en juist ook op de momenten van vreugde. En als ik nu even de neiging heb om weg te lopen, dan loop ik juist naar hen toe en dan neem ik mijn koffer weer mee. Die is tegenwoordig iets groter en inmiddels laad ik hem wel vol met schone kleding, ondergoed en wat toiletspullen.