Voetje voor voetje

Afgelopen weekend kwamen mijn ouders logeren. En hoewel dat soms wel even iets inleveren is, ben ik voornamelijk ontzettend blij dat ik die lieve schatten allebei nog heb. Het is voor mij gewoon wennen dat ik 24/7 mensen om me heen heb. Maar dit weekend vloog zo snel voorbij dat het leek alsof ze net aankwamen toen ze al weer afscheid namen, weird.

Zo hebben pa en ik even geinventariseerd wat voor klussen we nog samen moeten doen om het stulpje helemaal om te toveren in een paleis. De achtertuin moet nog opgeknapt worden, de gang en overloop en de studeerkamer. Dat zijn de grote brokken, want er zijn nog tal van kleine klusjes die gedaan worden. Als je alles bij elkaar optelt is het eigenlijk best veel. Maar als je kijkt naar wat we het afgelopen jaar al gedaan hebben, dan valt dat reuze mee.

En zo moet je de dingen ook eigenlijk gewoon bekijken. Al een paar jaar heb ik last van een lichamelijk mankementje, de geest wil soms meer dan mijn lichaam kan. De afgelopen maanden had ik een terugval, zeg maar gerust een grote. Ik ging weer naar een fysiotherapeut en begon ook weer (onder begeleiding) met sporten. En hoewel het soms leek alsof ik niks vooruit ging, als ik nu terug kijk naar wat ik allemaal kan, naar wat ik pakweg een half jaar geleden nog niet kon. Dan heb ik in die paar maanden een behoorlijke sprong gemaakt.

Ik denk dat je in het leven ook vooral niet moet bekijken hoeveel voortgang je van dag tot dag maakt, want eigenlijk is dat veel te frustrerend. Je moet vooral kijken naar wat je wel kan en niet naar wat je niet kan. En als je dan zo af en toe eens stil staat bij de progressie die je over een langere periode maakt, dan merk je altijd dat die vooruitgang best groot is. Ik doe alles stap voor stap, voetje voor voetje.

Sommige ouders….

zijn niet te begrijpen. Ik deed vrijdagavond de weekend boodschappen en stond in de rij om af te kunnen rekenen. Voor mij stond een man waarvan ik met enige zekerheid kan zeggen dat hij en zijn gezin behoren tot het typische gezelschap van tweeverdieners. Het soort ouders dat hun kinderen vijf dagen per week naar de BSO brengt, een veel te hoge hypotheek heeft en waarvan man en vrouw beide moeten blijven werken om die hypotheek af te kunnen lossen. Het soort ouders die meer om hun carrière geven dan om hun eigen kinderen. Want ja, het gras moet bij hunzelf nu eenmaal groener zijn dan het gras van hun buren.

Niet dat ik dat een probleem vind hoor. Iedereen doet maar wat hij niet laten kan, ik zelf houd eigenlijk niet eens van groen gras. Waar ik me dan wel over op kan winden is het volgende. De man had twee kinderen meegenomen, een dochter van rond de elf en een zoon van krap negen. De laatste boodschappen die op de band werden geplaatst waren twee oranje Breezers. Nu zegt dat natuurlijk helemaal niks, die zouden ook voor moeders de vrouw kunnen zijn. Maar nadat ik mijn zwaar beladen fietstassen aan mijn bagagedrager had bevestigd, zag ik het drietal voorbij komen lopen. Ze hadden blijkbaar net de boodschappen in de auto geladen en de winkelwagen teruggebracht. En de man opende de twee breezers voor zijn kinderen: “Niet alles nu al opdrinken, ook nog wat voor thuis bewaren”.

Onbegrijpelijk!!!