NPS

In onze huidige maatschappij heeft de psychiatrie namen bedacht om mensen in hokjes te kunnen plaatsen. Voor een ieder die enigzins afwijkt van het gemiddeld geacht gedrag is wel een hokje bedacht. Op zich een fascinerende gedachte, want wat is nu eigenlijk normaal? Is iemand met ADHD normaal of juist weer niet? En zo zijn er tal van aandoeningen waar je je vraagtekens bij kunt zetten.

Toen Joran van der Sloot veelvuldig in het nieuws was, hoorde ik voor het eerst van de term Narcistische Persoonlijkheidsstoornis (ook wel NPS genoemd). Mensen met NPS leiden aan een ziekelijke vorm van grootheidswaanzin en deze vorm gaat ver. Het gaat zelfs zo ver dat er totaal geen respect is voor het andere geslacht, dat heb ik me tenminste laten vertellen door een expert op het gebied van psychische stoornissen. Het totaal geen respect hebben voor het andere geslacht leidt ertoe dat mannen elke vrouw als hun bitch zien (eigenlijk ook een beetje als Manou uit het boek van Maria Mosterd). Nu zijn hierin verschillende gradaties te onderkennen. Zo loopt het van het neerkijken op vrouwen tot het vanzelfsprekend achten dat elke vrouw seks met de persoon zou willen hebben.

Dit alles herinnerde ik mij toen ik een bepaald artikel las via dit blogje van She. Iemand die zich Robert noemt heeft een artikel geplaatst in een Lifestyle magazine dat nog old-school op papier verspreidt wordt. Robert schrijft in dat artikel over een aantal vrouwelijke blogsters die ik zelf erg graag volg. Het verschil tussen mij en hem is, dat hij een lurker (de online kreet voor Nederlanders, wel lezen niet reageren) is. Op zich is er met lurkers helemaal niks mis, je hebt nu eenmaal mensen die graag een blog van anderen lezen, maar die niet de behoefte hebben om te reageren.

Wat ik dan gewoon niet kan begrijpen, is dat je blijkbaar jarenlang blogs van bepaalde vrouwen leest, zonder daar ooit te reageren, om dan later een artikel te schrijven die de schrijfsters van deze blog ronduit belachelijk te maken. Hij citeert in zijn artikel een aantal zinnen die totaal geen verband met elkaar hebben, en schildert hiermee deze drie vrouwen af als compleet labiel en volstreekt belachelijk. Dat gaat opzich al veel te ver, want wat geeft iemand het recht om over iemand anders te oordelen die je nog nooit ontmoet hebt? Wat ik dan nog erger vind, is dat hij ook nog in gaat op de mensen die reageren op een blog van deze vrouwen. De reacties zijn volgens hem allemaal in de trent van ‘Mooi geschreven’.

Natuurlijk moet je als blogger goed uitkijken met wat je schrijft, ik heb vaak de behoefte om heel persoonlijk te gaan schrijven, maar er is altijd een rem. Ik weet gewoon niet wie mij leest, het kunnen allemaal mensen zijn die mij nog nooit IRL ontmoet hebben, mensen die ik ook nooit echt zal ontmoeten. Maar aan de andere kant kunnen het famileleden, collega’s, vrienden of toekomstige collega’s zijn. Ik zelf probeer dus altijd niet te persoonlijk te worden.

Vandaag was voor mij een dag waarop het bloggen veranderde, het zal nooit meer zo zijn als dat ik het voor vandaag heb ervaren. Het stuk dat Robert is geschreven vind ik persoonlijk een inbreuk op iemands privacy, en hoewel ik me realiseer dat het in dit geval voor geen enkele rechtbank stand zal houden, feit blijft wel dat Robert de wet op de auteursrecht heeft gebroken. Ik kan me namelijk niet voorstellen dat She, Gypsy of Kaat toestemming hebben gegeven voor het plaatsen van het stuk. Ik ga dit overigens nog wel bespreken met mijn advocaat.

Het is altijd prettig als mensen je een blik in hun leven gunnen en ik hoop dat iedereen dit blijft doen. Het kan niet zo zijn dat wij bloggers ons zo zwart laten maken door iemand die alleen leeft voor het lezen van andermans leed en hiermee, door het uit het verband trekken van zinnen, medebloggers in een zwart daglicht plaatst. Wat ik mij dan afvraag, ben ik de enige die zich hier over opwindt?

Voordringen

Tijdens de traditionele zaterdagochtend supermarktspits, stond ik deze morgen in een lange rij mensen die allemaal op hun beurt wachtten totdat ze hun boodschappen mochten afrekenen. Voor mij stond een man, die ik op een jaar of 45 schatte en die niet gewend was om vaak de boodschappen te doen. Dat laatste bleek toen de kassière hem er op wees dat hij was vergeten om iets af te wegen bij de groenteafdeling. Nu kan het iedereen overkomen dat je wel eens vergeet om iets af te wegen, maar nog voor hij terug kwam van het wegen, had de kassière een tros bananen gevonden die ook nog niet afgewogen waren.

Na lang wachten kwam de man eindelijk terug en rekende hij af. Op dat zelfde moment, hoorde ik achter me een stem die tegen de mensen achter mij zei: “pardon, mag ik er even langs”. Een tel later vroeg ze mij hetzelfde en liet ik een bejaarde dame langs. Ik verwachtte dat ze hetzelfde ook aan de man voor mij zij vragen, maar ze legde gauw 5 artikelen op de loopband. Ik wist even niet wat ik moest zeggen. Ik hoorde de mensen die achter mij in de rij stonden allemaal zeggen: “Ja als ik geweten had dat ze zou voordringen, dan had ik haar er niet langs gelaten”. Maar we waren allemaal zo beduusd dat geen een van ons er iets van zei. Nadat ze had afgerekend wenste ze iedereen een prettig weekend, die woorden werden door iedereen ontvangen, maar niemand wenstte haar hetzelfde.

Nostradamus

Nostradamus, latijns voor Michel de Nostredame, was een Fransman die op 14 december 1503 werd geboren. Deze Fransman is ruim 500 jaar na zijn geboorte bekend vanwege zijn werk Les Propheties, dat in 1555 voor het eerst werd gepubliceerd. Hierin beschrijft hij een aantal voorspellingen waarvan er een aantal zijn uitgekomen. Zo voorspelde hij de 1ste en de 2de Wereldoorlog, Napoleon, Hitler, het communisme en ook het terrorisme in Europa – enkele honderden jaren alvorens de voorspellingen uitkwamen.

De eerste keer dat ik iets over deze gnosticus hoorde was in het liedje Nostradamus van Hans Teeuwen. Op zijn eigenwijze bezingt Hans Teeuwen in dit nummer de voorspellingen van Nostradamus, met een knipoog zingt Hans in het reffrein: Nostradamus met zijn strakke groene broek, die stond hem goed. Later hoorde ik van een kennis wat Nostradamus zoal voorspeld heeft.  Zo is Chiren zijn belangrijkste voorspelling, deze Chiren zou algemene wereldvrede brengen.Maar voor die algemene wereldvrede er komt, voorspelt Nostradamus dat er een aggressor in Europa opstaat. Deze aggressor heeft opvallend wit haar en komt vermoedelijk uit Zwitserland of Oostenrijk.

Terwijl ik vanavond Geert Wilders op de televisie zag, moest ik weer denken aan het moment waarop ik Geert voor het eerst zag. Ik kan me niet exact herinneren wanneer dat zo ongeveer was, maar het zal zo’n 5 jaar geleden zijn. Toen ik Geert voor het eerst zag, toen moest ik aan Nostradamus denken. Nu voel ik al aan dat u denkt, Geert is niet in Zwitserland of Oostenrijk geboren, maar de interpretaties van het werk van Nostradamus zijn niet altijd even helder. Zo kan opvallend wit haar kan ook gelezen worden als opvallend met wit haar. Als er iemand is in Europa, die opvallend is en wit haar heeft ,die als een grote aggressor haat zaait in Europa, dan heeft Geert Wilders – wat dat aangaat – zichzelf vanavond kandidaat gesteld.

De tijd vervaagt herinneringen

Enschede, zaterdag 13 mei 2000

08:30 uur – Ik sta op om nog even wat aan mijn scriptie te werken. Na 5 jaar ben ik bijna klaar met mijn studie en ik heb het gevoel dat de hele wereld aan mijn voeten ligt, ik krijg de ene na de andere baan aangeboden.

09:00 uur – De twijfel. Wat doe ik, ga ik naar Zeeland naar mijn ouders of werk ik door aan mijn scriptie. Het is morgen tenslotte moederdag, maar de datum voor de verdediging nadert ook rap.

10:00 uur – “Mam, ik kom vandaag naar jullie toe”, zeg ik bijna direct nadat mijn moeder de telefoon opneemt. Ze is heel blij dat ik kom, want ze zag me de laatste tijd niet meer zoveel, door het afstuderen bleef ik veel meer weekenden in Enschede.

12:00 uur – gedouched en mijn weekendtas al gepakt. Het is werkelijk een prachtige dag geworden, de temperatuur is zelfs al opgelopen tot ver boven de twintig graden en er is nauwelijks een wolkje te bekennen. Door een voorgevoel gedreven, kijk ik voor de zekerheid op teletekst pagina 751. Chips, geen treinverkeer mogelijk tussen Enschede en Hengelo, de NS zet nog wel bussen in. Ik stel mijn oorspronkelijke plan, om de trein van 14:00 uur te pakken, bij en besluit een trein eerder te nemen. Anders kom ik zo laat aan in Zeeland en ik wil eigenlijk nog heel even naar mijn neefjes toe.

Omdat het zulk mooi weer is, heb ik besloten om niet de bus naar het station te pakken, maar er gewoon heen te wandelen. Het is immers maar een klein half uurtje lopen.

12:30 uur – Lopend op de Deurningerstraat passeer ik het kruispunt met de Roomweg. Op dat moment loopt daar bijna niemand en ik geniet volop van het mooie weer.

13:00 uur – Weekend retourtje Zeeland gekocht, het eerste stuk met de bus en daarna 4 uur in de trein zitten.

17:20 uur – Na een lange en klamme treinreis, kom ik aan bij het huis van mijn ouders. Die knuffelen me allebei alsof ze me al jaren niet meer hebben gezien en bijna direct vertellen ze me van het gebeuren in Enschede. Er is een vuurwerkfabriek ontploft en heel Enschede Noord staat in brand. Dat moet ik even tot me laten bezinken, zoiets verwacht je toch niet?

17:50 uur – Ik zet mijn mobieltje aan en al bijna direct gaat die over, mijn voice mail. Ik besluit om eerst mijn huisgenoot te bellen, maar die krijg ik niet te pakken. Niet dat ik me om hem zorgen hoef te maken, want die was de avond ervoor al vertrokken naar zijn ouders. Ik luister mijn voice mail af en ik hoor een vrouwenstem vragen of alles met mij goed is. Het is E. ik bel haal direct terug om te laten weten dat alles in orde is.

20:00 uur – Eindelijk krijg ik mijn huisgenoot te pakken. Die is met de auto naar Enschede gereden. De buitenste ring is aan de overkant van onze straat, wij vallen dus net buiten de ring, maar hebben wel uitzicht op een schutting van underlayment platen.

22:00 uur – Die avond breng ik door bij vrienden M. en C. Op de televisie wordt het songfestival afgewisseld met het nieuws over de vuurwerkramp, Het is net alsof ik in een slechte film acteer. Op televisie zie ik de gezichten van mensen die ik tegenkwam in de supermarkt, op straat, op de Hogeschool en ook in de sportschool. Het is allemaal zo onwerkelijk.

Het lijkt wel of de periode van herdenking rond 4 mei, telkens iets eerder begint en langer doorgaat. Eerst wat het alleen 4 mei, later kwam daar 13 mei bij en sinds dit jaar 30 april. Aan ramp in Enschede ben ik ter nauwer nood ontsnapt, doordat ik per toeval op teletekst zag dat het verstandiger was om een trein eerder te nemen. Anders had ik daar zeker gelopen, op de plek van de ramp en op het tijdstip van de explosie.
Het heeft twee jaar geduurd voor ik door de nieuwe wijk durfde te lopen, die op de plaats van de krater is gebouwd. Deze ramp heeft mij persoonlijk diep geraakt, maar gelukkig wist de tijd de meeste herinneringen. Volgend jaar is het 10 jaar geleden, dan wil ik voor de laatste maal naar de herdenking. Voor mijn moeder was ik zelf het mooiste moederdag cadeau van dat jaar, en misschien ook wel het mooiste moederdag cadeau dat ze ooit heeft gekregen

The day after

Vrijdag 1 Mei, een dorp onder de rook van Apeldoorn

Het gevoel van ongeloof heeft bij de meeste mensen plaatsgemaakt voor verontwaardiging. Overal waar je heen gaat is het gebeuren van gisteren het gesprek van de dag, al zal dat op andere plaatsen in Nederland niet veel anders zijn geweest. Hier vragen de mensen zich vooral af hoe het heeft kunnen gebeuren in de door hen zo geliefde stad. Niemand kan begrijpen dat een idioot tot zoiets wreeds in staat is. En of je nu monarchist of republikein bent, we voelen ons sterk met elkaar verbonden. Zelfs de grootste anti-monarchisten keuren het hele gebeuren af. Overigens gaat het leven wel gewoon verder en voelt niemand zich slachtoffer, er is alleen een gevoel van onbegrip.

En terwijl ik naar de sportschool fiets zie ik een oud dametje staan langs de kant van de weg, leunend op haar rollator. En terwijl ik haar begroet kijk ik even in haar ogen. Even meen ik te zien welke nare herinneringen bij haar naar bovengekomen zijn door het gebeuren van gisteren. Herinneringen die ze ooit zorgvuldig heeft weggestopt. Herinneringen die ze het liefste was vergeten. Ik wou dat ik iets voor haar kon doen, maar dit is iets dat ze zelf moet verwerken. Net zoals zoveel mensen dat moeten. Mensen die zo dichtbij waren, dat ze gehoord hebben hoe de Suzuki door de dwanghekken reed. Of mensen die gewoon stonden te wachten tot ze een glimp van onze Koninginin konden zien.

Vandaag komen de verhalen los. De verhalen komen los van mensen die, maandenlang op vrijwillige basis, bezig zijn geweest met het voorbereiden van het oranje-feest in Apeldoorn. En ook hoor ik de verhalen van mensen die het gezien hebben. Mensen die zo dicht bijstonden dat ze mensen en ledematen in de lucht zagen vliegen. Ik bespaar u verdere details, ze zijn te gruwelijk voor woorden. Ik probeer zoveel mogelijk mensen het gevoel te geven dat ik luister, in werkelijkheid sluit ik mij er voor af. Ik zelf denk nog steeds na over dat wat ik de avond ervoor zag op de televisie. In uitzendingen waarop men zegt dat het een daad van een eenling was en vooral geen terrorisme.

Het was geen terrorisme werd er gisteren vooral gepredikt. Het was geen terrorisme is wat ze vandaag weer herhaalden, het was een daad door een eenling. Ja dat verandert natuurlijk alles. Als één persoon zoiets aanricht, dan is het geen terreur of eigenlijk moet ik zeggen Terreur me een hoofdletter T. Dat laatste vanwege het Franse woord la Terreur, het land waarin het begrip is ontstaan. Het land waar onder leiding van Robespieere, gedurende de Franse revolutie, het terrorisme is uitgevonden. Terreur betekent in letterlijke zin het voeren van een schrikbewind. Een bewind dat alle vrijheden van mensen ontneemt. Mensen die zo bang zijn voor het bewind, dat ze letterlijk alles doen om naar de bewindvoerders te luisteren. Doen ze het niet dan worden ze gevangen gezet, of per direct vermoord.

Het begrip Terreur dat, door Robespierre en zijn mannen, werd geïntroduceerd, is inmiddels een aanduiding voor mensen die het niet eens zijn met de manier waarop wij allen willen leven. Terroristen zijn mensen die zich afzetten tegen de gangbare opvattingen. En tegenwoordig moet je blijkbaar je daden doen uit extreem islamitische opvattingen, voordat men je een terrorist durft te noemen. Ik zelf zie het anders. Als ik kijk naar wat Karst Tates met zijn actie teweeg heeft gebracht onder de mensen die in mijn omgeving leven, dan zie ik geen reden om het niet als terrorisme te bestempelen. Sterker nog ik heb medelijden met alle mensen die dit geen terreur willen noemen. Zijn wij met z”n allen dan zo gewend geraakt aan een paar enkele daden die door mensen, die zich toevallig Moslim noemen, dat je alleen een terrosist bent als je strijd uit naam van Allah? Wat Karst Tates gisteren deed, was niet alleen een aanslag op de Monarchie, maar vooral ook een aanslag op de vrije democratie.

Kan iemand mij even knijpen?

Donderdag 30 April, een dorp onder de rook van Apeldoorn

11:00 uur – Na een aantal keren omdraaien besluit ik om eindelijk eens mijn bed uit te kruipen.

12:05 uur – Nog even snel naar de buurtsuper, de enige winkel die open is, tot 13:00 uur welliswaar, alle andere winkels zijn dicht i.v.m. de komst van hare majesteit. Onder het fietsen valt het me op dat er wel heel veel sirenes te horen zijn. Is dat normaal als de koningin ergens op bezoek komt?

12:15 uur – bij een lieftallig, blonde jonge dame van rond de 17 jaar oud, reken ik mijn boodschappen af. Ik had dinsdagavond nog speciaal aan haar gevraagd of de super open zou zijn op Koninginnedag, ze vertelde mij dat ze tot 13:00 uur open zijn en dat ze daarna de stad in zou gaan, “niet om de koningin te zien hoor, maar gezellig een terrasje pakken”, zei ze nog. Nu vertelde ze me, dat ze net gehoord had dat er een auto op mensen was ingereden en dat die auto vervolgens in de rivier gereden was. Hmm dat klonk te bizar voor woorden.

12:30 uur – thuisgekomen keek ik snel op twitter, verder hoefde ik niet op internet te kijken, het was goed mis. Meteen mijn ouders gebeld om te laten weten dat wij niet naar de koningin zijn gegaan. Mijn ouders waren nog niet op de hoogte, bij hen was het feest nog vol op gang.

13:00 uur – ommeletje gebakken en opgegeten op mijn terrasje, hoe moet je je nu gedragen? Wat moet je nu doen, laat ik de vlag hangen, moet hij weg of moet hij halfstok?

13:15 uur – me weer eens geërgerd aan geen-stijl.nl, die doen hun naam weer eens eer aan. Foto’s van mensen die door de auto geraakt zijn. Heb je dan nergens respect voor, de familie van de slachtoffers zijn misschien nog niet eens op de hoogte van het gebeuren. (hetzelfde geldt deze keer trouwens voor de gehele pers)

14:00 uur – De oranje gloed, die door de mensen uit mijn dorp de laatste dagen is aangebracht, is verdwenen. Het jongste zusje van de buurvrouw is samen met haar vriendinnetje terug van haar bezoek aan de koningin. Een ander zus van mijn buurvrouw zit nog vast bij het Loo, de mensen die daar staan mogen nog niet weg van de politie.

14:30 uur – de bewoners van de huizen achter mij verzamelen zich, ook zij halen hun vlaggen neer. Iedereen doet zijn zegje, sommige dingen blijken waar te zijn, andere zijn verzonnen. Iemand wist te vertellen dat het gebeuren bij Carlo en Irene op televisie is aangekondigd. Iemand vraagt zich af of Koninginnedag nog wel gevierd gaat worden in de toekomst. Een achterbuurman, ex-beroepsmilitair, zegt dat hij niet 20 jaar van zijn leven heeft gegeven voor iemand die zich zo snel laat kennen. Mocht het zo zijn dan gaat hij emigreren.

15:00 uur – De buurman krijgt een telefoontje dat hij de andere zus op kan gaan halen.

15:45 uur – De persconferentie. Die hadden ze net zo goed achterwege kunnen laten, de woordvoerders konden alleen vertellen dat het om een autochtone man van 38 jaar oud gaat. Op alle vragen van de aanwezige journalisten kwamen alleen nietszeggende antwoorden als: daar hebben wij nog geen indicatie over.

16:00 uur – de enige manier om niks over het gebeuren te horen is door naar bed te gaan. Ik overweeg dat nog serieus, ik wil er niks meer over horen.

17:00 uur – Kan iemand mij even knijpen? Ik denk dat ik een nachtmerrie heb.

Ik stond laatst voor een poppenkraam

ik-stond-laatst-voor-een-poppenkraamIn dit boek vertelt Lucie Mosterd, de moeder van Maria Mosterd, het verhaal van “Echte mannen eten geen kaas” vanuit haar eigen gezichtspunt. Ze onthult hierin wat meer details dan dat Maria in haar boek deed. Zo heeft Maria bijvoorbeeld geen zusje, maar twee jongere half broers en benoemt Lucie de namen van de plaatsen waar alles heeft plaats gevonden. Dit soort details heeft Maria in haar boek bewust verandert of weggelaten, omdat ze haar broertjes wilde beschermen. Lucie vertelt hoe ze, vanwege pech in de liefde, eindigt als alleenstaande moeder, een gezinssituatie die voor loverboys het meest ideale is, omdat ze hierdoor makkelijker hun slag kunnen slaan. Maria groeit samen met haar broertjes en haar moeder op tot een jong en open meisje dat op het punt staat om naar de middelbare school te gaan, een moment in je leven dat veel onzekerheden met zich meebrengt. De pubertijd is voor de meeste mensen al moeilijk genoeg zonder de hel waarin Maria belandt.

Lucie beschrijft hoe ze haar dochter, vanaf het moment waarop Maria voor het eerst in contact komt met Manou, steeds meer dreigt te verliezen. Ze beschrijft de machteloosheid die ze ervaart, omdat ze niet weet wat er met haar dochter aan de hand is. Het feit dat Maria zo makkelijk en onopgemerkt kan spijbelen is iets waar je als lezer echt over nadenkt. Hoe kunnen die loverboys zo onopgemerkt hun praktijken op onze scholen uitvoeren? Hoe kan het dat een instituut als een school, dat de verantwoordelijkheid heeft over al die kinderen die ze onderwijzen, dit oogluikend toestaat? Kinderen die van u of mij zouden kunnen zijn? Lucie beschrijft in “ik stond laatst voor een poppenkraam” uitvoerig haar strijdt tegen de school die het toestond dat Maria, tijdens schooltijd, misbruikt en verkracht kon worden.

Vanaf het moment dat Lucie er achterkomt dat Maria door een groep mannen is verkracht leg je het boek ook niet meer weg. En vaak wil je ook tegen haar schreeuwen, je wilt haar wakkerschudden, maar dat komt vooral doordat je weet wat Maria heeft doorgemaakt als je “echte mannen eten geen kaas hebt gelezen, Lucie moet die gruwelijkheden dan allemaal nog ontdekken. Ik heb enorm veel bewondering voor de wijze waarop Lucie voor haar dochter vecht, en dat is best moeilijk als je dochter jarenlang geïndoctrineerd is. Jarenlang werd Maria gehersenspoeld met onder andere als onderwerp dat haar moeder slecht is. Op voorhand sta je dan als moeder al 2-0 achter. Loverboy Manou doet er echt alles aan, om te voorkomen dat Maria uit het web, dat hij om haar heeft gesponnen, glipt. Zelfs als Maria na twee verblijven, van elk een half jaar, in India zich bevrijdt heeft van hem. Zelfs als het boek dat Maria schreef is uitgekomen, en als Maria in het openbaar allerlei interviews geeft.

“Ik stond laatst voor een poppenkraam” is een must voor een ieder die “echte mannen eten geen kaas” hebben gelezen. Het geeft antwoorden die je tijdens het lezen van Maria’s boek had. Het is een verhaal over een sterke, en strijdbare vrouw, die haar dochter niet zonder slag of stoot wil laten gaan. Wie het boek van Maria las, weet dat Maria een goed schrijfster is. Wie het boek van Lucie leest, weet dat dat talent bij beide dames in de genen zit.

Eenzaamheid

Daar zaten we dan  in één van de vele lunchrooms die het Gooi rijk is. Ze zat aan de andere kant van de tafel, terwijl ze het schuim van haar cappuccino lepelde. Dat er een beetje schuim op het puntje van haar neus zat durfde ik haar niet te zeggen, dat had best iets liefs. Diep in haar ogen kon ik zien dat ze niet lekker in haar vel zat, want daarin zag ik een verwilderd blik. De spanning tussen ons was te snijden en terwijl we elkaar zoveel wilden vertellen bleef het voornamelijk stil. Zij rookte de ene na de andere sigaret, in een poging haar zenuwen onder bedwang te houden. En ik nam voor de zoveelste keer een slok van mijn koffie, terwijl ik de laatste druppel al een paar minuten geleden naar binnen had geslurpt.

We kende elkaar al enige tijd via het internet. Geen van ons twee heeft dat ooit tegen vrienden of bekenden durven zeggen, want voor de buitenwereld geneerden we ons er een beetje voor. Gedurende al die  maanden deelden we lief en leed via MSN. Het was zelfs net alsof we bijna samenwoonden. Na thuiskomst, van ons werk, eerst even de dag met elkaar doornemen voor we gingen koken. Zij in haar appartement en ik in de mijne. Het was MSN dat ons aan elkaar verbond zonder dat we eigenlijk beide goed wisten hoe de ander er nou precies uitzag.

Na het eten praatten we verder over de dingen van het leven. Over de plannen die we hadden, over de doelen die we wilden verwezenlijken en soms waren er toespelingen over hoeveel kinderen we zouden willen hebben. In het begin maakten we vooral grappen over hoe het zou zijn als we zouden gaan samenwonen, zonder het uit te spreken zagen we dat allebei als een serieuze optie. En hoe meer we er over praatten dat we elkaar wilden zien, hoe meer we het uitstelden. Alsof we allebei bang waren dat een van ons twee de andere zou afkeuren. Want we pasten zo goed bij elkaar, tenminste dat vonden wij zelf. In al die maanden hadden we een privé universum gecreëerd waarin niemand ons iets kon doen.

En toen zagen we elkaar voor het eerst daar in een van de vele lunchrooms die het Gooi rijk is. Op voorhand hadden we het er al vaak over gehad. We zouden  elkaar in de armen vliegen, als we elkaar eindelijk zouden zien. Maar dat was niet het geval, het had gewoon iets vreemds. We kenden elkaar door en door, maar het voelde alsof ze een volkomen onbekende was. Misschien had ik teveel over haar gefantaseerd en moest mijn geest nog even wennen aan haar verschijning. Misschien moest ik ook wennen aan de klank van haar stem. Niet dat ze een lelijke stem had, maar de stem klonk anders dan de stem die ik haar, in mijn fantasie, had toe gedicht.

“Hoe gaat het nu echt met je?” – vroeg ik, terwijl ik het gesprek op gang wilde brengen.

“De deurbel van de buren klinkt me bekender in mijn oren dan mijn eigen stem” – klonk het vanaf de andere kant van de tafel.

Ik wist niet wat ik daar op moest antwoorden. Ik herinnerde me dat ze ooit eens gezegd had dat ze die ene regel uit Feel van Robbie Williams zo mooi vond: “I don’t want to die, but I’m not keen on living either”. En ineens was de hele fatamorgana verdwenen, alsof er een atoombom op ons privé universum was gevallen. Ik wilde niets liever dan weggaan. Er was werkelijk niets aan haar dat mij deed herinneren aan het beeld van de vrouw die ik in al die maanden in mijn fantasie gecreëerd had.

Mijn eerste bezoek aan een gesloten afdeling

Tijdens het lezen van “echte mannen eten geen kaas” kwamen er toch herinneringen naar boven borrelen aan een vorig project, vooral toen ik de passage las waarin Maria op de crisis opvang zat. Ik moest denken aan mijn eerste bezoek aan een jeugdinrichting die alleen gesloten afdelingen had. Dat is in de gewone volksmond een jeugdgevangenis. Ik ging er samen met een collega heen die er al eens eerder was geweest.

Toen ik voor de eerste keer bij die jeugdgevangenis kwam viel het mij direct op dat het er grauw, grijs en saai was. En die beveiliging was echt veel strenger dan de beveiliging die ik mee maakte op de vliegvelden voor een ander project. Ik weet nog goed dat we bij een hek kwamen. We drukte op een knop en er ging een hek open. We stonden zeg maar in een corridor, want het andere hek dat naar de binnenplaats leidde bleef gesloten. Nadat het eerste hek gesloten was ging de tweede pas open en we liepen naar het hoofdgebouw.

Daar gebeurde hetzelfde, eerst door de buitendeur een corridor in en als die dicht was dan ging de andere pas open. We moesten ons identificeren en moesten tijdelijk onze paspoort afgeven. Ik geloof zelfs dat we van te voren ons bezoek moesten aankondigen, zodat ze onze doopceel konden lichten. Om een lang verhaal korter te maken, we moesten bijna alles afgeven. Waaronder onze jassen en onze mobiele telefoon. Nadat we door een metaaldetector waren gegaan en onze tassen door een röntgenscanner, mochten we door naar onze afspraak met de ICT-manager.

Het gesprek met de beste man verliep naar wens en zo vlak voor het einde vroeg ik hem waarom we onze mobiele telefoon moesten inleveren.
– “Als er jongeren proberen uit te breken, dan willen wij kost wat kost voorkomen dat ze contact zoeken met de buitenwereld” – je snapt dat ik al iets schrok.
– “We willen dan niet dat ze mobieltjes gaan gebruiken van eventuele bezoekers die ze gijzelen”.

Tot op dat moment had ik me niet eens echt gerealiseerd dat we in een gevangenis waren. Ik zal je heel eerlijk bekennen dat ik me vanaf het moment dat de man me dit vertelde, totdat ik weer in de auto zat, me niet echt op mijn gemak voelde. Terwijl de meters hoge hekken die om de gevangenis stonden, me eigenlijk niets deden toen we aankwamen rijden.

Echte mannen eten geen kaas.

Okay de afgelopen twee avonden was ik dus serieus in de ban van een boek, eentje die je openslaat en eigenlijk gewoon in één keer uit wilt lezen. Eerst even een flashback naar mijn vorige werkgever. Het laatste project dat ik daar deed was voor de (justitiële )jeugdinrichtingen, ook wel JJI en JI. Als analist moet je je altijd zo snel mogelijk inleven in de wereld van je klant en al snel raakte ik bekend met kreten als: open-, besloten- en gesloten afdelingen. Stoornissen als  ADHD en border-line. Vaktermen als PIJ, behandelplannen en disciplinaire deelplannen.

Voor het schrijven van het ontwerp analyseerde ik documenten waarin beschreven stond wat de aanleiding was van de opname. En als ik dan las hoe een valse start sommige jongeren hadden, dan was dat werkelijk hartverscheurend. Een jongen werd op 7-jarige leeftijd opgenomen. Hij zelf was licht autistisch en vlak voor de opname was zijn moeder in een psychiatrische inrichting opgenomen, omdat ze het syndroom van Korsakov had. Voor degene die de termen niet kent, google maar eens of kijk eens op wikipedia. Die jongen was geestelijk al belast en Korsakov krijg je niet door af en toe wat alcohol te drinken, daarvoor moet je toch jarenlang elke dag veel drinken. Ik wil dus gewoon niet eens weten wat die jongen thuis allemaal heeft meegemaakt, want de wetenschap alleen deed me al pijn. Noem me een sentimentele zak of wat je ook wilt, ik ben gewoon een emotioneel mens.

Mijn respect voor de mensen die bij een (J)JI werken is tijdens dat project alleen maar gegroeid. En ik vertelde dit tegen collega R. en zij wees me op het boek “Echte mannen eten geen kaas” van Maria Mosterd. Ongetwijfeld hebben de meeste van jullie dit boek al gelezen, maar voor die paar die het niet kennen. Maria is vanaf haar 12de tot haar 16de in handen van een loverboy geweest en over die ervaringen heeft ze een boek geschreven. Het boek is echt pakkend, en leert je dat je er als ouder niet per definitie verantwoordelijk hoeft te zijn, want in het geval van Maria was het een behoorlijk georganiseerde bende. En oordelen over hoe stom je het vindt dat een meisje zich zo laat inpalmen dat kun je ook niet. Want Maria vond het zelf allemaal behoorlijk verwarrend. Soms wilde ze weg bij die Loverboy en op andere momenten juist naar hem toe.

Ik heb het boek vol verbazing zitten lezen. Werkelijk onbegrijpelijk dat dit gewoon in ons land gebeurt. Ja natuurlijk had ik er wel eens wat van op televisie gezien, maar nimmer had ik begrepen wat het echt inhield. Kunnen we er wat aan doen? Dat was een van de vele vragen die mij de afgelopen twee dagen bezig hield. Ik denk dat het minimale dat je kan doen, het geven van voorlichting is in groep 8 en op de middelbare school. Ik herinner me vooral uit mijn eigen jeugd dat de puberteit al verwarrend genoeg is en dat je dan heel makkelijk te beïnvloeden bent. Ik kan  jullie allemaal aanraden om het boek te lezen mocht je het nog niet gedaan hebben.