‘Wij gaan weer naar ons werk’

‘Wij gaan weer naar ons werk’, dat zou wat mij betreft een nuttige campagne zijn die we aan het einde van elke zomer mogen lanceren. Op de een of andere manier ontspannen we ons zo goed tijdens onze vakantie, dat we vergeten hoe goed we op de snelwegen moeten opletten. Gisteren deed ik er op de heen weg twee keer zo lang over om op mijn werk te komen vanwege een auto die midden op de snelweg in brand stond – gevolg beide rijstroken afgesloten. Nu weet ik niet precies wat de oorzaak van die brand was, maar ik ga er voor het gemak even vanuit dat het een gevolg was van een aanrijding.

Vandaag was het qua reistijd op de heen weg hetzelfde. Precies op het punt waar twee snelwegen bij elkaar komen, reed een onoplettende automobilist vol op een voorganger. Het ongeluk gebeurde op de linker rijstrook, maar doordat de brandweer ruimte nodig had om de automobilist uit het autowrak te kunnen bevrijden, was alleen de vluchtstrook beschikbaar voor het verkeer. Natuurlijk gebeurt dit soort dingen ook ruim na onze vakanties, maar ik vind het altijd frappant dat het juist net na onze vakanties, naar mijn gevoel, iets vaker gebeurd.

Als er dan een landelijke ‘Wij gaan weer naar ons werk’ campagne opgestart wordt, dan moet deze campagne alle automobilisten ook even moeten wijzen op het feit dat ze eerder van huis moeten vertrekken. Dit gewoon puur om er zeker van te zijn dat je op tijd bij je afspraken bent. Het viel mij namelijk gisteren en vandaag op, dat er zo veel mensen zijn die zo veel haast hebben, dat ze enerzijds de verkeersregels compleet vergeten en anderzijds niet het fatsoen op kunnen brengen om net als alle andere mensen keurig op hun plaats te wachten.

Misschien komt het omdat de heren het, door hun vakantie, niet meer gewend zijn om een stropdas te dragen – die zou zo maar zo strak kunnen zitten dat hun hersens wat minder bloed krijgen. Want gisteren passeerden een heel keurslijf aan zakelijk geklede automobilisten mij via de vluchtstrook – en dat terwijl we de eerste aankondiging van een naderende afrit, dat bordje waar 1200 m op staat, nog niet gezien hadden. Blijkbaar vonden ze het allemaal geheel verantwoord om met een bloedgang over de vluchtstrook te razen. Ik denk dat we dit soort automobilisten moeten waarschuwen dat ze zich na hun vakantie weer even moeten realiseren dat je in Nederland niet op de vluchtstrook mag rijden.

Vanochtend was er een ander fenomeen, het vergeten om je fatsoenlijk te gedragen. Ruim voor de plek waar het ongeluk gebeurd was, stond duidelijk op de borden boven de weg, dat iedereen naar de rechter rijstrook moest. Maar blijkbaar vergeten een hoop mensen tijdens hun vakantie dat zo’n pijltje betekent dat de linker rijstrook niet meer gebruikt mag worden. Want met enige regelmaat passeerde mede weggebruikers mij aan de linkerkant – dit zelfs nog nadat het bord boven de linker rijstrook een rood kruis toonde. Hopelijk zorgt de campagne ‘Wij gaan weer naar ons werk’ er voor dat iedereen weer normaal en relaxt de snelweg op gaat na zijn of haar vakantie.

Voordringen

Tijdens de traditionele zaterdagochtend supermarktspits, stond ik deze morgen in een lange rij mensen die allemaal op hun beurt wachtten totdat ze hun boodschappen mochten afrekenen. Voor mij stond een man, die ik op een jaar of 45 schatte en die niet gewend was om vaak de boodschappen te doen. Dat laatste bleek toen de kassière hem er op wees dat hij was vergeten om iets af te wegen bij de groenteafdeling. Nu kan het iedereen overkomen dat je wel eens vergeet om iets af te wegen, maar nog voor hij terug kwam van het wegen, had de kassière een tros bananen gevonden die ook nog niet afgewogen waren.

Na lang wachten kwam de man eindelijk terug en rekende hij af. Op dat zelfde moment, hoorde ik achter me een stem die tegen de mensen achter mij zei: “pardon, mag ik er even langs”. Een tel later vroeg ze mij hetzelfde en liet ik een bejaarde dame langs. Ik verwachtte dat ze hetzelfde ook aan de man voor mij zij vragen, maar ze legde gauw 5 artikelen op de loopband. Ik wist even niet wat ik moest zeggen. Ik hoorde de mensen die achter mij in de rij stonden allemaal zeggen: “Ja als ik geweten had dat ze zou voordringen, dan had ik haar er niet langs gelaten”. Maar we waren allemaal zo beduusd dat geen een van ons er iets van zei. Nadat ze had afgerekend wenste ze iedereen een prettig weekend, die woorden werden door iedereen ontvangen, maar niemand wenstte haar hetzelfde.