L’inverno: De man met de muts (einde)

Nu was de man met de muts ook een man van weinig woorden, zonder een woord te zeggen trad hij het huis binnen. In het huis zelf waren nog nauwelijks meubels aanwezig, de meeste waren al opgestookt in de alles-brander die in de woonkamer stond, een poging om de kou uit het huis te houden. De mannelijke bewoner van het huis stelde zijn gezin voor aan de man met de muts, zijn vrouw en zijn twee dochters. De jongste van de twee dochters was niet bijzonder aantrekkelijk te noemen, maar zo mag men ook eigenlijk niet kijken naar de geestelijk minder bedeelden. De oudste dochter was een aantrekkelijke jonge vrouw, of althans dat moet ze aan het begin van de winter nog geweest zijn. Door de extreme koude was het voor de man en zijn gezin moeilijk geworden om aan eten te komen en dat was hen ook aan te zien.

De man met de muts kreeg een karig doch warme maaltijd aangeboden en een bed om te overnachten. Over wat er die nacht gebeurde is weinig bekend, naar verluidt heeft de man met de muts de nacht intiem doorgebracht met de oudste dochter, zonder dat de andere gezinsleden hier iets van gemerkt hebben. En terwijl hij gemeenschap had met de oudste dochter hield hij zijn muts op. Toen het gezin ‘s ochtends wakker werd was de man met de muts al vertrokken en al die tijd die hij bij het gezin heeft doorgebracht heeft hij geen woord geproken.

Tegen de tijd dat de lente naderde, kwam er een warmte front die de koude verdreef. Stil aan smolt de sneeuw en kwam het openbare leven weer moeizaam op gang. De mensen treurden om het verlies van dierbaren en zouden deze winter nooit meer vergeten. En van de man met de muts is nooit meer iets vernomen.

[slider title=”Van de redactie” nstyle=”display:none;”]L’inverno, wat Italiaans voor winter is, is onder deel van de serie Quatro stagioni (de 4 jaargetijden). Het gehele verhaal van L’inverno is hier in zijn geheel te lezen. La primavera het vervolg verhaal is al bijna klaar. En die zal ik ook in delen publiceren.[/slider]

L’inverno: De man met de muts (vervolg)

Vrijwel alle bewoners van de kleinere dorpen hadden hun huis en haard verlaten en de veiligheid van de grote steden opgezocht. De wateren aan de kust, aan de oostkant van het land, waren al zo ver bevroren dat men te voet de eilanden kon bereiken. Zoals gezegd het was extreem koud. Bijna de helft van de bevolking van het land was al, direct of indirect, gestorven aan de gevolgen van de strenge winter.

En tijdens dit alles was er een man, wiens faam hem vooruitsnelde, die de omgekeerde tocht van het warmere Noorden naar het koude Zuiden te voet aflegde. Volgens de overleveringen was deze man ergens midden in de twintig, maar vrij nauwkeurig zijn deze overleveringen niet. Zo bestaan er verhalen dat de deze man rond de 40 was, het zou om een ontsnapte gevangene gaan, en volgens andere verhalen was de bewuste man een militair. Het enige dat in al deze verhalen consequent hetzelfde is, is het feit dat de man altijd een zwarte muts droeg en te voet van Noord naar Zuid trok, met over zijn schouder een plunjezak.

Volgens een van de overleveringen kwam de man met de muts in de schemer aan in een bijna verlaten dorp. Voor zijn mond droeg hij een donkere sjaal, die net zichtbaar was onder zijn lange overjas. Over zijn schouder droeg hij de plunjezak, waarin dingen zaten die blijkbaar heel belangrijk voor hem waren, want hij hield die plunjezak altijd in zijn zicht. Door de kieren van planken die op de ramen getimmerd waren van één van de huizen, scheen een zwak licht en de man met de muts zag uit de schoorsteen een kleine rookwolk opstijgen. En terwijl hij het huis passeerde vloog de deur open, een man van rond de 45 jaar stond in het deurgat en gebaarde de man met de muts om binnen te komen.

L’inverno: De man met de muts (deel 1)

De muts Zo rond de jaarwisseling was het extreem koud geworden, zelfs voor de tijd van het jaar, zo koud was het in eeuwen al niet meer geweest. Nadat het koude front het land had bereikt kwamen de sneeuwstormen die een witte deken over het landschap legden. De kou en de sneeuwstormen hadden het openbare leven totaal ontwricht.

Toen de media het nieuws nog in den lande konden verspreiden toonden ze reportages van snelwegen die inmiddels al in enorme ijsbanen waren veranderd. In het begin konden reddingsploegen nog mensen uit de gestrande auto’s bevrijden, maar zelfs voor de reddingsploegen waren de wegen onbegaanbaar geworden. De media had een ieder nog opgeroepen om vooral niet meer met de auto op pad te gaan, maar er zijn altijd mensen die zich daar niks van aantrekken. En nog altijd probeerden de Zuiderlingen met hun auto’s het warmere Noorden te bereiken.

Op de avond dat het nieuws voor het laatst op de televisie te zien was, was er een reportage te zien van de grootste snelweg die het Zuiden met het Noorden verbindt. Er was te zien hoe talloze auto’s, verlaten of nog bewoond, langs de kant van de snelweg stonden alsof het mobiele diepvrieskasten waren. In een van de auto’s zat een gezin waarvan alle leden doodgevroren waren. Op de achterbank zaten een jongen en een meisje die een zwarte, langharige bouvier omarmden. Het dier had hen nog even wat langer warm gehouden, maar ook de trouwe viervoeter heeft de kinderen niet kunnen redden.