Home
Verhalen
Over mij

Archief van May, 2009

Zagen we nou echt een UFO?

Het was zaterdagavond en we zaten lekker na te tafelen en om het verblijf buiten wat te verlengen, brandde ik wat hout in de Mexicaanse pot. De gespreksonderwerpen wisselden elkaar in rap tempo af. We spraken over hoe lang je in je hoofd bezig blijft met een ramp, en kwamen tot de conclusie dat dat van de ramp afhangt (daarover meer in een ander blogje). We spraken over de liefde, over werk en over al het ander dat ter tafel kwam.

Ineens sprong C. op, want ze zag iets raars in de lucht zweven. We keken allemaal op en zagen hoe een rode bol, met een hoge snelheid door de lucht schoot. Iedereen was even stil en het duurde even voordat iemand iets zei. “Dat is toch een UFO?”, was de eerste opmerking (van C.).

Iemand ontkrachtte dit direct. “Die rode stip die je ziet, dat is een Chinese Lampion”.

“Een Chinese wattus?”

“Een lampion. Die steek je aan en die gaat heel hoog de lucht in, als die in de juiste luchtstroom terecht komt, dan schiet hij als een komeet door de lucht.”

We waren allemaal best opgelucht, het idee dat  het een echte UFO was, was iets dat we graag wilden geloven, maar met deze verklaring waren we eigenlijk toch wel iets blijer.

 

Een prestatie om trots op te zijn

U heeft het vast al ergens gelezen. Teressa Groenewald-Hagerman is een 39-jarige Amerikaanse dame die er een zeer lugubere eer op nahoudt. Zij is namelijk de eerste vrouw van wie bekend is dat ze met een kruisboog een olifant heeft neergeschoten. Die daad deed ze van een afstand van 11 meter, een afstand zo dichtbij, dat de weerloze olifant geen schijn van kans had.

Aan Sky news vertelt ze vol trots hoe ze neerknielde,  alvorens ze de trekker van haar kruisboog overhaalde. Ik vind het werkelijk onbegrijpelijk dat, in sommige delen van Afrika, er gewoon op olifanten gejaagd mag worden, er worden zelfs speciale strooptochten voor toeristen georganiseerd en dat terwijl de olifant op de lijst van uitstervende diersoorten staat. Ik vraag me nu wel af, waarom Teressa niet voor een gerechtshof hoeft te verschijnen. Blijkbaar mag je uitstervende diersoorten onbestraft neer knallen.

 

Terugblikken

Morgen is het 7 jaar geleden dat Pim Fortuyn, op brute wijze, door Volkert van der Graaf werd vermoord. Bij mijn weten had ons land nog niet eerder te maken gehad met een politieke moord, als je Balthasar Gerards tenminste niet meerekent. Het is trouwens de vraag of de aanslag op Willem de Zwijger uit politieke motieven is gepleegd, ik neig te geloven dat het uit naam van religie is gebeurd. Balthasar Gerards was namelijk een zeer vrome Katholiek die zeer tegen het protestantisme was gekant, al lagen politiek en religie in die tijd wel heel dicht tegen elkaar aan.

Ongetwijfeld zullen er morgen op de diverse blogs verhalen verschijnen over de moord op Pim. En misschien staat de media er ook even bij stil. Ik zelf wil niet bij die moord stilstaan, al kan ik me die dag nog heel goed herinneren. Ik wil gewoon even stilstaan met wat er na zijn dood allemaal veranderd is. Pim vertegenwoordigde een nieuw stroming van politici, de politicus die vooral voor het volk op kwam. Niet een politicus die, veilig, in een ivoren toren zit in politiek Den Haag. Niet een politicus die al jarenlang vergeten is dat hij als volksvertegenwoordiger gekozen werd. Pim was juist een politicus die midden in onze samenleving stond, een politicus die het contact met het volk niet uit het oog verloren was.

In de kern was ik het met Pim eens, en voor ik gehoon over mij een krijg, voor mij is die kern een Nederland waarin mensen van verschillende culturele achtergronden in vrede kunnen samenleven. Hij had ook wat ideeën waar ik niet achter kon staan, zijn uitlatingen over de Islam vond ik behoorlijk denigrerend en zorgde ervoor dat ik mijn stem nooit op hem zou hebben uitgebracht. Ik kende Pim al voor hij de aankondigde met een eigen partij de politiek in te willen gaan. Nu is kennen in deze een groot woord, want ik keek wekelijks naar zijn gastoptreden in het programma Business Class van Harry Mens. Daar predikte hij al langer over hoe zijn ideale Nederland er uit zag, zijn opvattingen waren toen bij lange na niet radicaal, en ik doel hiermee op de Islamisering. Dat idee heeft onze vriend Geert Wilders trouwens uitstekend over genomen, die trekt daarmee al die Fortuyn stemmers, die naar mijn idee vooral niet begrepen waar Pim echt voor stond, naar zich toe. Het is niet het rechts-extremistisch denken waar ik het meest bang voor ben, ik ben namelijk veel banger voor het aantal mensen dat op zulke gedachten stemt.

Maar wat is er nu na zeven jaar nog over van al die beloftes van politiek Den Haag. Pim schudde Den Haag wakker door zeer openlijk het debat aan te gaan met de bevolking. Heel even leek het er zelfs op dat de politici weer terug zouden gaan naar de kern van hun beroep. En dat is in mijn ogen het luisteren naar de mening van ons, wij Nederlanders. Even leek het erop dat Pim een politieke aardbeving had veroorzaakt. Heel even leek het erop dat Den Haag weer naar ons luisterde. Politici deden hun stropdas af, afgevaardigden trokken massaal in den landen, om daar met het electoraat te praten. Maar wat ik mij op dit moment afvraag is, ben ik de enige die denkt dat de politiek, zeven jaar later, vergeten is dat wij ooit massaal hebben laten merken dat wij graag gehoord willen worden? Dat we niet genegeerd willen worden? Dat wij het niet slikken, dat we alleen goed genoeg zijn voor onze stem. Ben ik de enige die vreest dat een populist als Wilders wel lering  heeft getrokken uit dat waar Fortuyn zo goed in was?

Terugkomend op mijn opening. Balthasar Gerards vermoordde Willem de Zwijger, omdat Willem een Protestant was. In de tijd waarin het verschil in de Christelijke stromingen zo klein is geworden, dat er zelfs Oecomenische diensten worden gehouden, werd een Katholiek (Pim was een zeer vrome Katholiek) vermoord uit politieke overwegingen. Is politiek in al die eeuwen eigenlijk wel zo heel veel veranderd, buiten dat we onze stem uit mogen brengen? Laten wij onze stem beïnvloeden door mensen die religie op hun program hebben staan, of gaan we werkelijk voor de inhoud? Blijft de naschok van een politieke aardbeving zo kort hangen, dat het  zeven jaar later lijkt alsof die aardbeving nooit heeft plaatsgevonden?

 

Speurtocht naar de hanenkam

De laatste dagen ben ik vooral bezig met een onderzoek voor een verhaal dat ik aan het schrijven ben. Bij mij begint het schrijven van een verhaal  meestal enkele weken, soms zelfs maanden, voor ik het aan het spreekwoordelijke papier toe vertrouw. In mijn hoofd bedenk ik de verhaallijnen en de hoofdpersonen die ik er in wil verwerken. En soms verwerk ik er een stuk geschiedenis in, waarin ik me dan eerst moet verdiepen. In dit verhaal zit een scene waarin de hoofdpersoon meedoet aan de demonstratie tegen kruisraketten op het Museumplein in Amsterdam. Nu kan ik me dat niet helemaal meer goed herinneren, want ik was destijds amper 7 jaar oud. Op twitter gooide ik een aantal vragen, en al gauw kreeg ik van een aantal medetwitteraars de antwoorden die me verder hielpen met het onderzoek. Het blijft een mooi medium het internet. Moest je vroeger nog naar de bibliotheek om oude krantenartikelen te lezen, of achter de Terminal zoeken naar boeken die over bepaalde onderwerpen gaan. Zo heb je tegenwoordig op het internet, bijna alle informatie vanaf je luie stoel tot je beschikking.

Gedurende mijn onderzoek dacht ik regelmatig terug aan de zomer van 1984, toen ik samen met mijn toenmalige buurvrouw, mijn moeder en mijn broer, een weekje ging logeren in Amsterdam. Op televisie zag je, in die tijd, veel punkers met hanenkammen. Al weken voor we naar Amsterdam gingen, hadden mijn broer en ik het erover dat we eindelijk hanenkammen in het echt zouden zien, best grappig waar je als kind zo al naar uitkijkt. We keken niet naar alles uit, zo hadden we niet echt de behoefte om skinheads te zien. Op de een of andere manier linkten we alle skinheads met de moord op Kerwin Duynmeier op 20 augustus van het jaar ervoor.

We logeerden die week bij de oudste dochter van onze buurvrouw. Die dochter woonde in een tweekamerappartement en had nog een zolderkamer waar een groot logeerbed stond. Mijn broer en ik sliepen samen met mijn moeder op die zolderkamer en onze buurvrouw sliep samen met haar dochter in het appartement. Het appartement was wat aan de kleine kant voor zoveel mensen, maar het was er knus en gezellig. Eigenlijk was alles aan die week imposant. De geuren van het exotische voedsel die je, in de trappenhal van het appartementencomplex, tegemoet kwamen en de samensmelting van al die verschillende culturen die in Amsterdam leven. Zoiets had je niet in het dorpje waar ik geboren ben. Voor een tienjarige jongen leek het alsof Amsterdam in een ander land lag, alleen spraken ze in dat andere land gewoon Nederlands.

Die week dat we in Amsterdam verbleven bezochten we Artis, liepen veel door het centrum en bezochten ook de Zaanse Schans, met al zijn groene, houten huisjes, de plaats waar de eerste Albert Heijn staat. We gingen op bezoek bij een andere dochter van onze buurvrouw die ergens in de buurt van de Zaanse Schans op een camping verbleef. Daar at ik voor het eerst geitenkaas, tot dan toe wist ik niet eens dat geitenkaas bestond. Ook ons bezoek aan de Albert Cuyp is iets dat me is bijgebleven. Daar kocht ik mijn eerste singel voor 2 gulden 50. Het was “I save the day” van Roberto Jacketti & the Scooters.

Bij thuiskomst heb ik het singeljte werkelijk grijs gedraaid. Telkens als ik dat singeltje opzette, ging ik in gedachte weer terug naar de stad Amsterdam. De stad waar ik zoveel nieuwe dingen zag, maar ook de stad waar we geen hanenkammen hebben gezien. Want hoe goed we ook keken, en waar we ook kwamen, er was geen enkele hanenkam te bekennen. Dat was voor mij en mijn broer een kleine domper, maar het heeft de pret niet gedrukt.

 

The day after

Vrijdag 1 Mei, een dorp onder de rook van Apeldoorn

Het gevoel van ongeloof heeft bij de meeste mensen plaatsgemaakt voor verontwaardiging. Overal waar je heen gaat is het gebeuren van gisteren het gesprek van de dag, al zal dat op andere plaatsen in Nederland niet veel anders zijn geweest. Hier vragen de mensen zich vooral af hoe het heeft kunnen gebeuren in de door hen zo geliefde stad. Niemand kan begrijpen dat een idioot tot zoiets wreeds in staat is. En of je nu monarchist of republikein bent, we voelen ons sterk met elkaar verbonden. Zelfs de grootste anti-monarchisten keuren het hele gebeuren af. Overigens gaat het leven wel gewoon verder en voelt niemand zich slachtoffer, er is alleen een gevoel van onbegrip.

En terwijl ik naar de sportschool fiets zie ik een oud dametje staan langs de kant van de weg, leunend op haar rollator. En terwijl ik haar begroet kijk ik even in haar ogen. Even meen ik te zien welke nare herinneringen bij haar naar bovengekomen zijn door het gebeuren van gisteren. Herinneringen die ze ooit zorgvuldig heeft weggestopt. Herinneringen die ze het liefste was vergeten. Ik wou dat ik iets voor haar kon doen, maar dit is iets dat ze zelf moet verwerken. Net zoals zoveel mensen dat moeten. Mensen die zo dichtbij waren, dat ze gehoord hebben hoe de Suzuki door de dwanghekken reed. Of mensen die gewoon stonden te wachten tot ze een glimp van onze Koninginin konden zien.

Vandaag komen de verhalen los. De verhalen komen los van mensen die, maandenlang op vrijwillige basis, bezig zijn geweest met het voorbereiden van het oranje-feest in Apeldoorn. En ook hoor ik de verhalen van mensen die het gezien hebben. Mensen die zo dicht bijstonden dat ze mensen en ledematen in de lucht zagen vliegen. Ik bespaar u verdere details, ze zijn te gruwelijk voor woorden. Ik probeer zoveel mogelijk mensen het gevoel te geven dat ik luister, in werkelijkheid sluit ik mij er voor af. Ik zelf denk nog steeds na over dat wat ik de avond ervoor zag op de televisie. In uitzendingen waarop men zegt dat het een daad van een eenling was en vooral geen terrorisme.

Het was geen terrorisme werd er gisteren vooral gepredikt. Het was geen terrorisme is wat ze vandaag weer herhaalden, het was een daad door een eenling. Ja dat verandert natuurlijk alles. Als één persoon zoiets aanricht, dan is het geen terreur of eigenlijk moet ik zeggen Terreur me een hoofdletter T. Dat laatste vanwege het Franse woord la Terreur, het land waarin het begrip is ontstaan. Het land waar onder leiding van Robespieere, gedurende de Franse revolutie, het terrorisme is uitgevonden. Terreur betekent in letterlijke zin het voeren van een schrikbewind. Een bewind dat alle vrijheden van mensen ontneemt. Mensen die zo bang zijn voor het bewind, dat ze letterlijk alles doen om naar de bewindvoerders te luisteren. Doen ze het niet dan worden ze gevangen gezet, of per direct vermoord.

Het begrip Terreur dat, door Robespierre en zijn mannen, werd geïntroduceerd, is inmiddels een aanduiding voor mensen die het niet eens zijn met de manier waarop wij allen willen leven. Terroristen zijn mensen die zich afzetten tegen de gangbare opvattingen. En tegenwoordig moet je blijkbaar je daden doen uit extreem islamitische opvattingen, voordat men je een terrorist durft te noemen. Ik zelf zie het anders. Als ik kijk naar wat Karst Tates met zijn actie teweeg heeft gebracht onder de mensen die in mijn omgeving leven, dan zie ik geen reden om het niet als terrorisme te bestempelen. Sterker nog ik heb medelijden met alle mensen die dit geen terreur willen noemen. Zijn wij met z”n allen dan zo gewend geraakt aan een paar enkele daden die door mensen, die zich toevallig Moslim noemen, dat je alleen een terrosist bent als je strijd uit naam van Allah? Wat Karst Tates gisteren deed, was niet alleen een aanslag op de Monarchie, maar vooral ook een aanslag op de vrije democratie.