Taal was echt even mijn ding niet meer

Gisteren zat ik, tussen de buien door, op mijn terras bij te komen van mijn bezoek aan de tandarts. Ik begon in het boek “Taal is zeg maar echt mijn ding” van Paulien Cornelisse. Een paar weken geleden, zag ik haar op een zondagavond bij Paul de Leeuw waar ze haar boek aankondigde. Het leek me op voorhand erg grappig, ze legt aan de hand van situaties uit wat mensen eigenlijk zeggen en wat ze eigenlijk bedoelen. En terwijl ik, onder het genot van een mok gevuld met het zwarte goud, me op het boek van Paulien stortte, hoorde ik vreemde geluiden vanachter de andere kant van de schutting komen. Het was net of er iemand, die al weken last heeft van obstipatie, probeerde zijn behoefte achter die schutting te doen – wat een gekreun en een gepuf – ik besloot er geen aandacht aan te schenken en las verder.

Op zich leest het boek best prettig, maar op den duur had ik even genoeg van die overdosis aan taal geweld. En toen ik opstond om nog maar eens een mok met het zwarte goud te gaan halen, zag ik de bron van het gepuf en gekreun. Een schilder was bezig om het houtwerk van mijn buren weer wat kleur te geven – het geen ook hard nodig was, want soms werd ik midden in de nacht wakker van de smeekbede om verf door het houtwerk. Blijkbaar had de man last van een zwakke knie, zijn rug of nog wat anders. Want bij bijna elke beweging die hij moest maken, pufte en kreunde hij alsof hij hoog bejaard was, terwijl ik hem toch eigenlijk niet veel ouder dan 26 inschatte. Ik zag in zijn ogen dat hij om een praatje verlegen zat – het type mens dat erg graag wilt dat iemand vraagt of het wel goed gaat. Na al het taal geweld van Paulien, had ik helemaal geen zin meer om me in onze taal uit te drukken, taal was gewoon even echt mijn ding niet meer. Het is trouwens ook niet een boek dat je in één ruk uit moet willen lezen, maar gewoon elke dag een stukje – zoals je ook een scheurkalender leest.

Het verloop van je tandarts

Mijn allereerste tandarts was een tandarts zoals een tandarts vroeger hoorde te zijn. Zijn praktijk was gevestigd in een monumentale grachtenpand en binnen was alles ziekenhuisgroen. Als je na lang wachten aan de beurt was en op de stoel lag, dan zei hij altijd: “Doe de mond maar open!”, terwijl hij dan met een gemeen lachje zijn witte tanden, onder zijn grote snor, liet zien – hij zei dat zinnetje ook altijd op een zangerige manier, alsof hij een rouwmars neuriede. Terwijl je in die stoel lag ging hij aan de slag met een scherpe haak en een spiegeltje. Aan zijn gemompel kon je al horen of hij je die dag weer af zou beulen, want het boren en het schrapen met die haak waren beide niet prettig. Hij deed tijdens het boren of schrapen een kapje voor zijn mond en verborg daarmee zijn witte tanden en zijn snor, het enige waar je dan nog in staarde waren zijn behaarde neusgaten. Een behandeling bij hem was nooit prettig en meestal verzweeg ik de klachten die ik had – bang voor de eventuele gevolgen van het opbiechten van een klacht.

Die tandarts heb ik wel aangehouden – ook al verhuisde ik naar de andere kant van het land – totdat ik opeens een brief van hem ontving. Hij ging zijn praktijk afbouwen en ik werd ondergebracht bij een andere tandarts. Deze tandarts had zich onlangs in dezelfde stad gevestigd en nam een deel van de praktijk over van mijn vorige tandarts. De eerste keer dat ik naar mijn nieuwe tandarts ging was omdat er een stuk van een gevulde kies was afgebroken. Op voorhand weet je dan al dat het geen prettig bezoek wordt, want er gaat zeker wat gebeuren. Nadat ik me aan de beste man had voorgesteld, ging ik liggen in zijn stoel. Het eerste wat me opviel was dat alles anders was. De praktijk was niet gevestigd in een oud grachtenpand, maar in een nieuwbouw pandje. De inrichting was niet ziekenhuisgroen, maar gewoon heel smaakvol en modern. Ik was bang dat die kies eruit moest, maar dat hoefde niet volgens mijn nieuwe tandarts, want hij vulde hem met zeven lagen wit spul. Tot dan toe had ik alleen van die zwarte vullingen gehad, maar deze tandarts gebruikt een mooie witte vulling waar je niets van ziet, maar veel belangrijker het was allemaal niet pijnlijk. Ook het verwijderen van tandplak deed geen pijn, hij heeft daarvoor een zoutstraller i.p.v. een scherpe haak – en het smaakt nog lekker ook!

In zijn behandelkamer staat ook een laptop, waarvan ik eigenlijk niet zo goed wist wat een tandarts daar mee moet, totdat ik vorig jaar december voor een controle naar hem toeging. Hij maakte een foto die nog geen minuut later op de laptop verscheen – ik vond dat een magisch moment, want als mijn vorige tandarts een foto maakte dan moest je daar weken op wachten. Het resultaat van die foto was overigens dat hij een vulling uit een kies moest vervangen. Tijdens het boren zei hij al dat hij heel diep moest boren en dat er een kans was dat ik later alsnog een wortelkanaalbehandeling moest ondergaan. Twee weken later belde ik hem maar eens op, want ik had best veel last van die kies onder de gerepareerde kies. Het was geen probleem, er was te weinig van de gevulde kies afgevijld waardoor de kies eronder wat beurs was, even wat bijvijlen en klaar.

Ook nog zoiets moois van mijn nieuwe tandarts, een maand voor je op periodieke controle moet ontvang je een e-mail. Daarin staat een link naar zijn agenda, zodat jezelf je eigen afspraak kunt plannen op een tijdstip waarop het jou het beste uitkomt. Dat mailtje  kreeg ik dus ook een paar weken geleden. En omdat ik nog steeds best veel last van mijn kies had (met links kon ik soms niet eens kauwen) besloot ik om maar een telefonische afspraak te maken, zodat hij ruim de tijd in kon plannen – ik was er zeker van dat er een wortelkanaalbehandeling zou komen. Hij maakte een foto en zag dat er een verstandskies precies onder de pijnlijke kies zit. Ik had de keuze, nu een wortelkanaalbehandeling en over een jaartje de gerepareerde of de verstandskies trekken, of nu de pijnlijke kies laten trekken zodat de verstandskies naar die plek kan groeien. Ik vroeg hem hoe pijnlijk het trekken is en hoe lang je daar last van blijft houden. Volgens hem voel je er niks van, alleen het spuitje in je gehemelte voel je. En de man heeft gelijk, van het trekken voelde ik helemaal niks en nu, een dag later, heb ik nog steeds nergens last van. Deze man ga ik aanhouden ook al moet ik er twee uur voor rijden, hij heeft ervoor gezorgd dat ik geen angst meer heb voor een bezoek aan de tandarts.

Kijkt een man door een vissenkom

Op deze toch al zonovergoten dag, deed de zon extra haar best om mijn tranen te drogen. Niet dat het haar lukte, want terwijl ik met mijn hoofd wat voorovergebogen de laatste bladzijden van een boek uitlas, vulde de tranen de onderkant van mijn zonnebril – er waren zelfs momenten dat het leek alsof ik door een vissenkom het boek aan het lezen was.
U begrijpt het al, het was een heftig boek. En terwijl ik normaal niet een huilende filmkijker ben, was er iets met dit boek. Natuurlijk kon ik op voorhand al weten hoe het boek zou aflopen, maar dan nog. Als Giphart het boek ‘komt een vrouw bij de dokter’ geschreven had, dan had ik hem waarschijnlijk al na 10 bladzijden weggelegd. Maar Kluun benadert bij tijd en wijlen de enige schrijver die we ooit in Nederland hebben gehad (als je het mij tenminste vraagt). Wie Kluun leest, waant zich op sommige momenten in een echte Jan Wolkers.
Neemt overigens niet weg, dat als Kluun in het echt maar 10% is zoals Stijn – de mannelijke hoofdpersoon – ik hem een enorme lul vind. Maar schrijven dat kan de beste man. Het zijn vooral die brieven die Carmen aan haar dochter Luna schrijft. De brieven schrijft ze, zodat Luna later weet hoe haar moeder was. En ondanks dat je Stijn niet uit kan staan, omdat hij continue vreemd gaat – bijvoorbeeld zijn bezoek aan een hoer op de dag waarop Carmen haar borst is afgezet – krijg je toch bewondering voor hoe Stijn tot op het laatst voor Carmen blijft zorgen. Die liefde die hij voor Carmen blijft houden, maakt het boek tot de beste roman die de afgelopen jaren door een Nederlander is gepubliceerd.
Om terug te komen op een gesprek die ik me iemand over dit boek had. Ja ik vind dat het boek zeker op een boekenlijst gezet mag worden, al is het voor een middelbare scholier natuurlijk wel heftig om te lezen.

Een beetje gezelligheid

Het was altijd een kille ontvangst voor een ieder die me komt opzoeken, het was eigenlijk niet meer dan een afdak en een paar grindtegels. Nadat ik die laatste eens grondig had schoongespoten vond ik dat ik wat aan die kilheid moest doen. Een nieuwe deurmat en een nieuw zitje maakten het al wat knusser. En een buurvrouw gaf me als cadeau een hangplant en kleedde het wat verder aan.

Get the Flash Player to see the wordTube Media Player.

Van die dingen waar een taboe op rust

Het was een heerlijke zaterdag, een aangename temperatuur, maar het weer was net niet mooi genoeg om in de zon te gaan zitten – de perfecte zaterdag om wat van die klusjes rondom het huis te doen. Zo was ik altijd in de veronderstelling dat mijn terras donker grijs was en ook de grindtegels bij de voordeur leken dezelfde kleur te hebben. Een tijd geleden liep ik door mijn favoriete bouwmarkt en zag daar een aanbieding die ik niet kon laten liggen – een hogedrukspuit met een speciale patioborstel voor een bedrag, waarvoor je normaal de hogedrukspuit alleen al niet kunt kopen. Nu is het vaak zo dat klussen en schoonmaken aanstekelijk werkt en voor ik er erg in had werd het een massale schoonmaakactie, waarbij mijn buren mij hielpen en ik hen. Liters water werden er over de verschillende terrassen gespoten en rond een uurtje of drie had een buurvrouw voor koffie en koeken gezorgd – tijd voor een korte pauze.

Terwijl we, onder het genot van het zwarte goud, aan het grappen en grollen waren, werd een buurmeisje thuis gebracht door een moeder van één van haar vriendinnetjes. Die moeder schoof ook nog even aan voor een bakkie en we gingen ongehinderd door met het trainen van de lachspieren. Op het moment dat het  vriendinnetje en haar moeder besloten om naar huis te gaan, riep één van mijn buren het vriendinnetje na: “Heb je staan plassen?” – wijzend naar een kleine, geel gekleurd plasje op een terrastegel. Het was uiteraard als een grap bedoeld, maar het meisje zelf kon er niet om lachen en wist niet hoe snel ze naar de auto van haar moeder moest lopen.

De moeder van het vriendinnetje kwam nog even terug en vertelde dat haar dochter zo af en toe wat problemen heeft met het ophouden van haar urine, vooral als ze veel moet lachen. Nadat de moeder met haar dochter vertrokken waren, wendde het onderwerp van het gesprek zich naar incontinentie problemen en bedplassen. Het schijnt dat er mensen zijn die tot op late leeftijd in bed plassen. En met late leeftijd bedoel ik tot in de twintig. De gedachte die in mij opkwam, was dat het me erg genant lijkt als je op die leeftijd, of als puber, nog in je bed plast.

Ik denk dat het een beperking is voor je sociale leven. Ik kan me zo bijvoorbeeld voorstellen dat je wat minder snel uit logeren gaat als je jong bent. Het lijkt me namelijk niet prettig dat je na zo’n logeerpartij in de klas komt en dat iedereen je uit maakt voor bedplasser. Of erger nog. Stel je brengt voor het eerst een nacht door bij een nieuwe vlam. En terwijl je daar ontspannen in bed ligt te slapen, word je de volgende morgen wakker in een poel van urine. Ik denk dat ik me de pleuris schrik als ik ‘s ochtends wakker wordt en het blijkt dat die mooie dame haar plasje niet op kan houden. Ik zou eerlijk gezegd niet weten hoe ik daar dan op zou reageren.

Het resultaat van de schoonmaakactie, is dat mijn terras weer keurig schoon is. De grindtegels zijn niet meer grijs of grauw ze zijn weer wit en het lijkt zelfs of mijn tuin een stukje groter geworden is. Ook de tegels bij de voordeur zijn weer schoon, net zoals de terrassen bij de buren. Maar ik blijf toch nog wel medelijden hebben met dat vriendinnetje, ik kan me voor een meisje van bijna 12 niks genanters voorstellen, dan dat een hoop mensen getuigen zijn geweest van je incontinentie probleem.

Zo af en toe..

ibanez-gsr190pack_350_ffffff_75moet je jezelf een cadeau geven. En waarom, omdat je het waard bent. Al heel lang wilde ik een basgitaar, maar ik twijfelde. Ik had immers al een akoestische gitaar en daar kwam vorig jaar een elektrische bij – met jankpedaal. En hoewel ik veel plezier beleef aan het spelen op mijn gitaren, kruipt het bloed nou eenmaal waar het niet gaan kan.

Vandaag ging ik naar mijn het Walhalla voor elke muzikant (de lokale Feedback). Ik had in hun folder, een tijdje geleden, een leuke starterspakket gezien. Een eenvoudige basgitaar van Ibanez, met versterker en zelfs een stemapparaat. En aangezien er dit jaar geen vakantie inzit, er liggen nog teveel werkzaamheden in en rond huis op me te wachten, vond ik dat ik toch wel iets verdiend heb.

De komende tijd maar eens het verschil ontdekken tussen een normale gitaar en een basgitaar en vooral wat nummers instuderen. Heerlijk vind ik dat, gewoon iets nieuws verkennen.

Vriendschap

Vriendschappen komen en gaan, als duiven die een duiventil in en uit vliegen. Sommige vriendschappen duren kort, andere langer en de beste zijn blijvend – het aantal vrienden is in die volgorde aflopend. Van sommige vriendschappen vraag je je wel eens af hoe ze ooit tot stand zijn gekomen en van andere waarom ze ooit zijn beëindigd.

Soms doet het beëindigen van een vriendschap pijn, vanwege het feit dat die er niet meer is of om de manier waarop die vriendschap werd beëindigd. Maar elke vriendschap is een dierbare herinnering, een wijze les of een vanzelfsprekende zekerheid. Die vanzelfsprekende zekerheid is overigens vaak erg rekbaar, zolang je elkaar zo af en toe, maar laat merken dat je beide die vriendschap erg waardeert.

De tijd vervaagt herinneringen

Enschede, zaterdag 13 mei 2000

08:30 uur – Ik sta op om nog even wat aan mijn scriptie te werken. Na 5 jaar ben ik bijna klaar met mijn studie en ik heb het gevoel dat de hele wereld aan mijn voeten ligt, ik krijg de ene na de andere baan aangeboden.

09:00 uur – De twijfel. Wat doe ik, ga ik naar Zeeland naar mijn ouders of werk ik door aan mijn scriptie. Het is morgen tenslotte moederdag, maar de datum voor de verdediging nadert ook rap.

10:00 uur – “Mam, ik kom vandaag naar jullie toe”, zeg ik bijna direct nadat mijn moeder de telefoon opneemt. Ze is heel blij dat ik kom, want ze zag me de laatste tijd niet meer zoveel, door het afstuderen bleef ik veel meer weekenden in Enschede.

12:00 uur – gedouched en mijn weekendtas al gepakt. Het is werkelijk een prachtige dag geworden, de temperatuur is zelfs al opgelopen tot ver boven de twintig graden en er is nauwelijks een wolkje te bekennen. Door een voorgevoel gedreven, kijk ik voor de zekerheid op teletekst pagina 751. Chips, geen treinverkeer mogelijk tussen Enschede en Hengelo, de NS zet nog wel bussen in. Ik stel mijn oorspronkelijke plan, om de trein van 14:00 uur te pakken, bij en besluit een trein eerder te nemen. Anders kom ik zo laat aan in Zeeland en ik wil eigenlijk nog heel even naar mijn neefjes toe.

Omdat het zulk mooi weer is, heb ik besloten om niet de bus naar het station te pakken, maar er gewoon heen te wandelen. Het is immers maar een klein half uurtje lopen.

12:30 uur – Lopend op de Deurningerstraat passeer ik het kruispunt met de Roomweg. Op dat moment loopt daar bijna niemand en ik geniet volop van het mooie weer.

13:00 uur – Weekend retourtje Zeeland gekocht, het eerste stuk met de bus en daarna 4 uur in de trein zitten.

17:20 uur – Na een lange en klamme treinreis, kom ik aan bij het huis van mijn ouders. Die knuffelen me allebei alsof ze me al jaren niet meer hebben gezien en bijna direct vertellen ze me van het gebeuren in Enschede. Er is een vuurwerkfabriek ontploft en heel Enschede Noord staat in brand. Dat moet ik even tot me laten bezinken, zoiets verwacht je toch niet?

17:50 uur – Ik zet mijn mobieltje aan en al bijna direct gaat die over, mijn voice mail. Ik besluit om eerst mijn huisgenoot te bellen, maar die krijg ik niet te pakken. Niet dat ik me om hem zorgen hoef te maken, want die was de avond ervoor al vertrokken naar zijn ouders. Ik luister mijn voice mail af en ik hoor een vrouwenstem vragen of alles met mij goed is. Het is E. ik bel haal direct terug om te laten weten dat alles in orde is.

20:00 uur – Eindelijk krijg ik mijn huisgenoot te pakken. Die is met de auto naar Enschede gereden. De buitenste ring is aan de overkant van onze straat, wij vallen dus net buiten de ring, maar hebben wel uitzicht op een schutting van underlayment platen.

22:00 uur – Die avond breng ik door bij vrienden M. en C. Op de televisie wordt het songfestival afgewisseld met het nieuws over de vuurwerkramp, Het is net alsof ik in een slechte film acteer. Op televisie zie ik de gezichten van mensen die ik tegenkwam in de supermarkt, op straat, op de Hogeschool en ook in de sportschool. Het is allemaal zo onwerkelijk.

Het lijkt wel of de periode van herdenking rond 4 mei, telkens iets eerder begint en langer doorgaat. Eerst wat het alleen 4 mei, later kwam daar 13 mei bij en sinds dit jaar 30 april. Aan ramp in Enschede ben ik ter nauwer nood ontsnapt, doordat ik per toeval op teletekst zag dat het verstandiger was om een trein eerder te nemen. Anders had ik daar zeker gelopen, op de plek van de ramp en op het tijdstip van de explosie.
Het heeft twee jaar geduurd voor ik door de nieuwe wijk durfde te lopen, die op de plaats van de krater is gebouwd. Deze ramp heeft mij persoonlijk diep geraakt, maar gelukkig wist de tijd de meeste herinneringen. Volgend jaar is het 10 jaar geleden, dan wil ik voor de laatste maal naar de herdenking. Voor mijn moeder was ik zelf het mooiste moederdag cadeau van dat jaar, en misschien ook wel het mooiste moederdag cadeau dat ze ooit heeft gekregen

Requiem

Er zijn van die momenten waarop ik me wel eens afvraag of ik niet het een en ander vast moet leggen voor het moment waarop mijn doopkaars voor het laatst aangestoken wordt. Ik dacht erover na, nadat ik mijn auto frontaal tegen een boom aan parkeerde en ook afgelopen vrijdag, toen ik de herdenkingsdienst voor de slachtoffers van Koninginnedag zag.

Tijdens die herdenkingsdienst werden een aantal klassieke stukken gespeeld en ik vind dat er naast ‘moderne’ muziek ook een klassiek stuk gedraaid moet worden. De keuze voor ‘moderne’ muziek vind ik niet zo heel moeilijk. ‘In my life’ van The Beatles, ‘I am mine’ van Pearl Jam en misschien ook wel ‘Holiday’ van Green day. Qua klassieke muziek heb ik het volgende lijstje gemaakt.

Get the Flash Player to see the wordTube Media Player.

Ik vind de keuze erg moeilijk en met name ‘The Sailor’s Hornpipe’ is een goede kandidaat. In het begin hoor je slechts 1 instrument, en naarmate het stuk (je leven) vordert komen er steeds meer instrumenten bij. Eerst mijn lieve vrouw en dan steeds meer kinderen, symbolisch vind ik die meer op een bruiloft passen. Op dit moment twijfel ik vooral tussen “Giorni Poveri vivea”  en het intermezzo van Cavaleria Rusticana.

Maar maak je vooral geen zorgen, ik hoop nog jarenlang, in blakende gezondheid mijn leven met u te delen. Het zijn gewoon de momenten waarop ik er wel eens over nadenk.