Into the Wild (2007)

into-the-wildWie Sean Penn (regie en screenplay) en Eddie Vedder (soundtrack) op de filmscore ziet staan weet één ding zeker, die film staat garant voor een maatschappelijk statement. Into the Wild gaat over een jongeman, Chris McCandless, gespeeld door Emile Hirsch. Chris is een jongeman die verzekerd is van een glansrijke carrière, hij is een straight-A student voor wie elke deur van elke universiteit openstaat. Na college besluit hij om niet te gaan studeren, maar om zijn droom na te streven. Zijn droom is om te leven in de wildernis van Alaska. Hij maakt al het geld dat hij bezit over aan een goed doel en gaat op weg naar Alaska.

Tijdens zijn tocht naar Alaska, neemt Chris de naam Alexander Supertramp aan, zodat hij al gauw in de anonimiteit belandt. Het wordt al snel duidelijk dat Alexander wegloopt voor zijn verleden en dat hij vooral niet door dat stukje van zijn verleden gevonden wil worden. Hij maakt nieuwe vrienden, die zijn vertrouwen in de mensheid weer een klein beetje herstellen, en beland uiteindelijk, geheel alleen, in de wildernis van Alaska. Daar vindt hij een bus, die hij al snel omdoopt tot de ‘Magic bus’. Deze bus wordt zijn nieuwe thuis en je ziet hoe hij zichtbaar geniet van alle vrijheid, de vrijheid waar hij al die jaren naar verlangd heeft.

En terwijl we Alexander volgen op zijn reis naar Alaska, vertelt zijn zus hoe zijn familie omgaat met de plotselinge verdwijning van Chris. Ze vertelt de kijker hoe de ouders van Chris nader tot elkaar groeien, door het gezamenlijke verlies. En het blijft tot op het laatste toe spannend of het gezin herenigd zal worden.

Het is niet alleen het geweldige verhaal dat de kijker aan de buis gekluisterd houdt, maar ook de schitterende beelden van de natuur. Deze beelden worden ondersteund door de muziek en zang van Eddie Vedder. Er zijn weinig soundtracks die een film naar een hoger niveau tillen, maar Eddie Vedder is hier zeker in geslaagd.  Het is een film die je nog lang bij zal blijven, maar ook een film die je geheid nog vaker in je DVD-speler zal stoppen. Het enige minpunt, maar dan spreek ik voornamelijk voor mijzelf, is dat ik hem niet veel eerder heb ontdekt.

Eenzaamheid

Daar zaten we dan  in één van de vele lunchrooms die het Gooi rijk is. Ze zat aan de andere kant van de tafel, terwijl ze het schuim van haar cappuccino lepelde. Dat er een beetje schuim op het puntje van haar neus zat durfde ik haar niet te zeggen, dat had best iets liefs. Diep in haar ogen kon ik zien dat ze niet lekker in haar vel zat, want daarin zag ik een verwilderd blik. De spanning tussen ons was te snijden en terwijl we elkaar zoveel wilden vertellen bleef het voornamelijk stil. Zij rookte de ene na de andere sigaret, in een poging haar zenuwen onder bedwang te houden. En ik nam voor de zoveelste keer een slok van mijn koffie, terwijl ik de laatste druppel al een paar minuten geleden naar binnen had geslurpt.

We kende elkaar al enige tijd via het internet. Geen van ons twee heeft dat ooit tegen vrienden of bekenden durven zeggen, want voor de buitenwereld geneerden we ons er een beetje voor. Gedurende al die  maanden deelden we lief en leed via MSN. Het was zelfs net alsof we bijna samenwoonden. Na thuiskomst, van ons werk, eerst even de dag met elkaar doornemen voor we gingen koken. Zij in haar appartement en ik in de mijne. Het was MSN dat ons aan elkaar verbond zonder dat we eigenlijk beide goed wisten hoe de ander er nou precies uitzag.

Na het eten praatten we verder over de dingen van het leven. Over de plannen die we hadden, over de doelen die we wilden verwezenlijken en soms waren er toespelingen over hoeveel kinderen we zouden willen hebben. In het begin maakten we vooral grappen over hoe het zou zijn als we zouden gaan samenwonen, zonder het uit te spreken zagen we dat allebei als een serieuze optie. En hoe meer we er over praatten dat we elkaar wilden zien, hoe meer we het uitstelden. Alsof we allebei bang waren dat een van ons twee de andere zou afkeuren. Want we pasten zo goed bij elkaar, tenminste dat vonden wij zelf. In al die maanden hadden we een privé universum gecreëerd waarin niemand ons iets kon doen.

En toen zagen we elkaar voor het eerst daar in een van de vele lunchrooms die het Gooi rijk is. Op voorhand hadden we het er al vaak over gehad. We zouden  elkaar in de armen vliegen, als we elkaar eindelijk zouden zien. Maar dat was niet het geval, het had gewoon iets vreemds. We kenden elkaar door en door, maar het voelde alsof ze een volkomen onbekende was. Misschien had ik teveel over haar gefantaseerd en moest mijn geest nog even wennen aan haar verschijning. Misschien moest ik ook wennen aan de klank van haar stem. Niet dat ze een lelijke stem had, maar de stem klonk anders dan de stem die ik haar, in mijn fantasie, had toe gedicht.

“Hoe gaat het nu echt met je?” – vroeg ik, terwijl ik het gesprek op gang wilde brengen.

“De deurbel van de buren klinkt me bekender in mijn oren dan mijn eigen stem” – klonk het vanaf de andere kant van de tafel.

Ik wist niet wat ik daar op moest antwoorden. Ik herinnerde me dat ze ooit eens gezegd had dat ze die ene regel uit Feel van Robbie Williams zo mooi vond: “I don’t want to die, but I’m not keen on living either”. En ineens was de hele fatamorgana verdwenen, alsof er een atoombom op ons privé universum was gevallen. Ik wilde niets liever dan weggaan. Er was werkelijk niets aan haar dat mij deed herinneren aan het beeld van de vrouw die ik in al die maanden in mijn fantasie gecreëerd had.

Ik zal eens kijken wat ik voor je kan doen

Gerard EkdomPer toeval ontdekte ik het boek “Ik zal eens kijken wat ik voor je kan doen” van 3FM dj Gerard Ekdom. Nu luister ik zelf graag naar 3FM en de afgelopen jaren is Gerard uitgegroeid tot een van mijn favoriete DJ’s. De keuze om het boek aan te schaffen was dan ook snel gemaakt.

Gerard beschrijft in zijn boek zijn belangrijkste herinneringen aan muziek. De muziek die zijn ouders in hun collectie hadden, de singeltjes die hij zelf kocht en ook de lp’s die in zijn jeugd heel belangrijk voor hem waren. Voor mij was dat een reden om het boek soms heel even weg te leggen. Hij wijdt bijvoorbeeld een heel hoofdstuk aan Michael Jacksons album “Thriller” en Michael Jackson behoort nu eenmaal niet tot mijn favorieten.

Als hij beschrijft hoe hij het geschopt heeft tot presentator van ‘s werelds langst lopende radioprogramma dan leg je het boek eigenlijk niet meer weg. Ik vind het heel inspirerend hoe hij het, met zijn doorzettingsvermogen, zo ver heeft weten te schoppen. Hij liet zijn eigen droom, die hij van kinds af aan al had, om dj te worden bij 3FM uitkomen.

Gerard geeft in zijn boek ook een kijkje achter de schermen van Serious Request. En ook hoe ze bij 3FM op dat idee zijn gekomen. Laten we eerlijk zijn tot Serious Request was er in december maar één radioprogramma waar we massaal op afstemden: de top 2000.

Een mooi deel uit het boek is het stuk waarin hij schrijft over zijn interviews met grote wereldsterren waaronder namen als “The Boss”, “Jon Bon Jovi” en “Robert Palmer”. Dat Jon Bon Jovi in het echt niet zo heel sympathiek is had ik eigenlijk niet verwacht. Maar ik had ook niet verwacht dat iemand als Julio Iglesias zo gewoon is gebleven. Gerard mocht zijn ouders meenemen naar het interview met Julio.  Na het interview mocht Gerards moeder bij Julio op de schoot om te poseren voor een foto. Dat is best aandoenlijk als je even later leest dat zijn moeder niet veel later overleed.

Ik persoonlijk vond het een goed boek met name, omdat Gerard bij mij onsterfelijk is geworden. Bijvoorbeeld door de act, die hij tijdens een van zijn verblijven, in het Glazen huis opvoerde. Gerard staat er om bekend dat hij elke plaat mee zingt tijdens zijn radioprogramma. Dit deed hij ook tijdens een Serious Request uitzending toen hij even vergeten was dat de camera’s aan stonden. Het resultaat is een legendarisch stukje TV als Gerard playbacked op  Living Doll van Cliff Richard and The Young Ones.

Wie het boek leest hoort in zijn hoofd hoe Gerard het voorleest, hij heeft het boek precies zo geschreven zoals hij op de radio als dj klinkt.

Epiphony – Schooltijd (3)

De MTS heb ik anders beleefd dan de middelbare school. Natuurlijk heb ik er nog wel herinneringen aan, maar wat me het meeste is bijgebleven is dat het eerste lesuur altijd om 08:00 uur begon. Dat betekende dat ik om 07:00 uur al in de trein moest zitten en dat doet voor een avondmens altijd pijn. Daarnaast herinner ik me een gênante anekdote over een groen overhemd die ik voor het eerst aan had. Het was tijdens Duits, wat nimmer mijn favoriete vak was. Ik zat achter in de klas en viel, leunend met mijn hoofd op mijn armen, half in slaap. Toen mijn naam geroepen werd schrok ik half op. Het feit dat ik bijna in slaap was gevallen was door de betreffende leraar niet onopgemerkt gebleven. Niet veel later vroeg de een na de ander of ik me wel goed voelde, want ik zag er slecht uit. Ik excuseerde me en vroeg of ik naar het toilet mocht, daar aangekomen zag ik dat mijn gezicht donker groen gekleurd was.

Het nieuwe donker groene overhemd had kleur afgegeven toen ik er met mijn hoofd op leunde. Dat buitenkansje liet ik niet liggen, ik had een excuses om ziek naar huis te gaan en ik bedacht me geen twee keer. Het vierde en laatste jaar was zeer bewogen, tijdens de tentamens overleed mijn opa (die vroeger bevriend was met de conrector Dhr van Osta) en zo vlak voor mijn examens stond ik er niet goed voor. Op mijn eindlijst stonden een paar zessen en 1 vijf. Later bleek dat mijn natuurkunde leraar me gematst had. Ik kwam uit op een 5,4 voor Natuurkunde en hij heeft mijn examen zo nagekeken dat ik uitkwam op een 5,5 voor natuurkunde De tweede corrector is hier niet overgevallen en met veel geluk, en nog steeds zonder inzet, behaalde ik mijn diploma.

Ik ging naar de Hogeschool Enschede en de eerste 3 jaar was ik alleen maar bezig met de studievereniging. Daarna was ik het beu om altijd krap bij kas te zitten en in letterlijk twee jaar behaalde ik bijna alle studiepunten die normaal in 4 jaar zitten. Op het einde had ik er zelfs 13 te veel. En terwijl ik zo deze schooltijd-serie type herinnerde ik mij dat ik ooit 1 keer geleerd had op de lagere school. Het resultaat was een 10 voor aardrijkskunde.

Ik heb twee neven en beide zijn bijzonder slim. De jongste is zelfs zo slim dat hij qua intelligentie twee klassen over mag slaan. Maar hij is iet wat aan de kleine kant en daardoor wil de school hem maar 1 klas laten overslaan. Toen hij 5 jaar oud was heeft hij mij eens opgebeld, later hoorde ik dat hij mij zelf in de telefoonklapper heeft opgezocht en zonder dat zijn ouders het wisten heeft hij mij gebeld. Niet veel later ontving ik van hem een e-mailtje en dat terwijl hij nog op de kleuterschool zat. Ik ben echt blij dat ze op school hebben ontdekt dat als hij op normaal tempo door de lagere school heen loopt, hij zich dan ook sierlijk verveeld. Ik ben blij voor hem dat hij zich niet jarenlang moet dood vervelen op school, maar dat ze ontdekt hebben dat hij ver voor loopt op zijn leeftijdsgenoten.

Maar wat mij dan ook bezig houd is, wat als ze in al die jaren dat ik op de lagere school zat hadden ontdekt dat ik wat meer in mijn mars had. Dat ik gewoon niks deed, omdat ik het allemaal te simpel vond. Dat ik veel meer in mijn mars had dan LBO niveau B misschien zelfs niveau C. Welke keuzes zou ik dan in het leven gemaakt hebben? Zou ik dan ook een vervelende leerling op de middelbare school zijn geweest? Zou ik dan ook informatie analist geworden zijn? Misschien was ik dan wel chirurg geworden, of een ander academisch beroep. Maar zou ik dan inweze ook een heel ander mens zijn geweest? Of zou ik dan gewoon dezelfde Theo zijn geweest, met dat verschil dat die Theo niet altijd met een omweg bij zijn doel komt. Veel vragen waarop ik het antwoord nooit zal weten.

Rebel without a cause – Schooltijd (2)

Eigenlijk verveelde ik me gewoon sierlijk op de middelbare school. Ik was tijdens de lessen met van alles bezig behalve met school. Ik maakte tekeningen, schreef stukjes in agenda’s van meisjes waar ik een oogje op had, schreef teksten voor liedjes die ik nooit uitbracht en trapte vooral tegen het hele schoolsysteem.

Nu had ik ook wel mazzel. De tweede keer 3 MAVO had ik een conrector , Dhr van Osta, die vroeger bevriend was geweest met mijn opa. Als ik me weer eens bij hem moest melden dan vond er altijd het volgende plaats. Hij hoorde mijn achternaam en je zag hem diep terugzakken naar een grijs verleden. Nu heb ik een niet veel voorkomende achternaam en zijn vraag was altijd: “Ben je familie van?” Uiteraard dat was mijn opa. “Ik was vroeger bevriend met je opa”. En dan zag je hoe hij in gedachte nog verder afgleed naar het verleden. “Als je belooft dat je het niet meer doet, dan mag je voor deze keer gaan”. En zo kwam ik dat jaar met nagenoeg alles weg. Dat ik eigenlijk al jaren geen contact meer met mijn opa had heb ik de beste man nooit durven te vertellen.

Uiteindelijk heb ik mijn MAVO diploma gehaald zonder er al te veel voor te hoeven doen. Op de cijferlijst van mijn diploma stonden twee 8-en, drie 7-ens en een zes en dat alles op D-niveau. En dat terwijl mijn leraren op de lagere school altijd zeiden: “Die Theo, L.B.O. niveau B hooguit niveau C”. Achteraf baal ik er nog wel eens van dat ik niet iets meer mijn best heb gedaan. Dan was dat zesje (nu afgerond een 6,4) ook een 7 geweest.

Na de MAVO ging ik naar de MTS. De eerste kennismaking met mijn klassenleraar zal ik nooit vergeten, zijn naam ben ik overigens wel vergeten. Ik kwam na een treinreis van een half uur aan in Vlissingen. Ik zocht mijn nieuwe klasgenoten op en zag alleen maar onbekende gezichten, maar dat is ook niet zo verwonderlijk als je naar een nieuwe school gaat. Mijn klassenleraar kwam naar mij toe en zei: “Theo hier op school ga je je wel gedragen!”. Dat is me lang bijgebleven en ik geloof niet dat ik ooit nog kattekwaad heb uitgehaald, tenminste op school dan. Maar of dat nu aan zijn opmerking lag of aan het feit dat ik dingen leerde die ik leuk vond zou ik niet kunnen zeggen.

Dhr de Koning – Schooltijd (1)

En terwijl ik gisteren blogde over plaatjes van voetballers die ik in mijn agenda plakte en over hoe makkelijk ik door de leerjaren heen wandelde, dacht ik even terug aan die mooie oude tijd. Ik was niet vlijtig, zeg maar gerust lui. Huiswerk heb ik op een paar uitzonderingen na nooit gemaakt. Leren dat gaf ik al snel op nadat ik na 1 uur leren nog maar een 9,5 haalde voor een schriftelijke overhoring voor Frans.

Ik moest toen ook denken aan Dhr de Koning, mijn conrector. Ik zat voor het eerst in 3 MAVO en wist op voorhand al dat ik er geen zin in had, ik besloot een sabbatical te nemen. Ik kwam na het ophalen van de boeken en het lesrooster thuis, om daar samen met mijn moeder de boeken te kaften. Een bezigheid die we altijd samen deden. Ik opende een van de boeken en zei tegen mijn moeder. “Mam dat ziet er moeilijk uit, ik denk dat ik dit jaar blijf zitten”

Nu deed ik daar ook erg mijn best voor en op den duur werd ik op het matje geroepen bij Dhr de Koning, ik was daar al eens vaker geweest. Hij vond dat mijn cijfers erg tegenvielen en vond dat ik elke middag, na de lessen, bij hem in zijn werkkamer mijn huiswerk moest maken. Ik denk dat hij het goed bedoelde, maar eigenlijk vond ik dat ik die keuze zelf had.

Ik kwam daar de eerste middag en na 5 minuten vertrok hij, hij had een vergadering of moest zelf nog lesgeven. Een dag later kwam ik weer op de afgesproken tijd en Dhr de Koning was er helemaal niet. Het was een mooie zonnige dag en ik besloot dat hij de pot op kon. Waarom zou ik bij hem huiswerk gaan maken als hij er toch niet was?

Ik weet eigenlijk niet eens of mijn ouders wisten dat ik bij Dhr de Koning mijn huiswerk moest maken, maar ik vermoed van wel. Want ik wilde niet direct naar huis, omdat ik dan te vroeg thuis zou zijn. Om de tijd wat te doden besloot ik dat ik naar de winkels in de stad wilde. En toen ik daar zo zielsalleen in de stad liep kwam ik daar Dhr de Koning tegen. Het enige dat hij deed was mij een knik geven en ik heb er nooit meer iets van gehoord. Die huiswerksessies op zijn werkkamer heb ik ook nooit meer bezocht en ook daar hoorde ik niks meer over.

Dat jaar was voor mijn ouders een zeer bedroevend jaar. Ik bleef inderdaad zitten en mijn broer haalde voor de tweede keer 4 HAVO niet en moest van school af. Nu is het met ons beide wel goed gekomen, maar voor mijn ouders was dat echt geen pretje.

Voetbal

Een echte supporter ben ik nooit geweest, maar een voetballiefhebber ben ik dan weer wel. Als puber plakte ik mijn schoolagenda vol met alles wat ik uit de krant kon knippen over mijn cluppie Feyenoord en de overgebleven gaten vulde ik met foto’s uit de Hitkrant. Ik had ruimte zat in mijn schoolagenda, want een vlijtige leerling ben ik nimmer geweest. Ik schreef alleen de data van de proefwerken in mijn agenda, want huiswerk maken heb ik nooit gedaan. Sterker nog die proefwerken hoefde ik er eigenlijk ook niet in te schrijven, want leren deed ik ook niet.

Met mijn cluppie gaat het niet goed, zowel op sportief als financieel gebied gaat het ronduit slecht. Het schijnt zelfs dat de club 20 miljoen Euro schuld heeft. Een aantal Rotterdamse zakenlieden hebben de handen ineen geslagen om de club van het volk te redden van de ondergang. Een van deze zakenlieden, Michael Perridon, kondigde aan dat iedereen bij Feyenoord salaris in moet leveren, dus ook de spelers. Daar kwam behoorlijk veel kritiek op, want als echte voetballer moet je al vanaf je 17de arrogant zijn en een exorbitant hoog salaris vragen. Want als je een klein beetje talent hebt dan word je toch wel weggekocht door een grote club uit het buitenland, bescheiden hoef je dus niet te zijn.

Nu snap ik dat wel hoor. Die voetballers moeten tijdens hun 12 jaar durende carrière al het geld verdienen voor de rest van hun leven. En een beetje voetballer verdiend in 1 jaar meer dan u en ik in 20 jaar. Dus verdienen ze in 12 jaar meer dan ik zou verdienen in pak hem beet 100 jaar. Stiekem ben ik ook gewoon jaloers. Doe mij een half miljoen per jaar en dan wil best nog 12 jaar hard werken, om daarna ook lekker van het verdere leven te kunnen genieten. Maar blijkbaar hebben de spelers van Feyenoord zich toch wel wat van Michael Perridon aangetrokken, want vandaag wonnen ze weer eens een keer en dat van PSV in de eigen kuip.

“De wereld biedt genoeg voor ieders behoefte, maar niet voor ieders hebzucht.” – Mahatma Ghandi

Thanthtitf deel 2

Even een korte update over mijn iPhone (en stiekem om hem ook even te testen). Het blijkt dus dat je contract bij Vodafone niet afloopt als de contract datum verloopt. Wel als je bij Vodafone blijft, maar niet als je naar een andere provider gaat.

Daar kwam ik vandaag namelijk achter. Als je naar een andere provider gaat dan zit je nog 3 maanden aan Vodafone vast voordat ze jouw telefoonnummer vrijgeven. Nu weet ik zeker dat ik hem ga laten unsimlocken, want 3 maanden wachten voordat ik de iPhone kan gebruiken dat vind ik dus echt te lang.

Ondertussen type ik dit blogje vanaf een wordpress app op mijn iPhone en dat is eigenlijk best goed te doen. Verder denk ik er over na of ik de OPTA eens moet bellen. Word vervolgd!

Een roeping

Vandaag keek ik naar “Het mooiste meisje van de klas”. Het fascinerende aan dat programma vind ik altijd dat die mooie meisjes altijd wel een of ander duister geheim met zich meedragen waar hun klasgenoten destijds geen weet van hadden. Alsof het een soort van prijs is die dat meisje moet betalen voor haar schoonheid.

Deze avond was er een vrouw die met haar man naar Spanje trok. Op zich niks vreemds aan, want er zijn legio mensen die naar een ander land emigreren. Maar wat ik van deze twee mensen vooral zo inspirerend vind is dat ze er heen gingen om midden in de natuur te gaan wonen. En tot mijn grote verbazing deden ze daar vrijwilligerswerk. Wat hij daar deed is me eigenlijk ontgaan, maar zij werkte voor een dierenasiel als vrijwilligster.

Ze wist heel nauwkeurig te beschrijven waarom ze die keuze heeft gemaakt en hoeveel voldoening het haar geeft, ze betitelde het als haar roeping. En terwijl op tv te zien was hoe ze daar midden in de natuur leefde en daar een kinderboek schreef werd ik een tikkeltje jaloers. Wat heeft een mens eigenlijk nog meer nodig dan een eenvoudig huis in een mooie omgeving en tevreden zijn met hoe je leeft? Gewoon dat doen waar je je goed bij voelt!

To have and not to have, that is the fact!

Na weken van voorpret kwam hij dan vandaag eindelijk, mijn nieuwe iPhone. De levering was al een paar keer uitgesteld, omdat ik vorige week geen tijd had om hem van de koerier in ontvangst te nemen. Twee dagenlang had ik een seminar en die onderbreken voor een iPhone ging me ietwat te ver. Daarnaast wilden ze op vrijdag geen afspraak maken, omdat ik dan halve dagen werk en ze niet van te voren kunnen bepalen welk dagdeel de koerier langs zou komen.

Vol moed wachtte ik vrijdag op het beslissende telefoontje voor de afspraak op zaterdag. En dat telefoontje kwam aan het einde van de dag, terwijl ik nota bene die middag mijn huidig mobieltje naast me op de massagetafel bij mijn fysiotherapeut had gelegd.

“Ik verwacht een belangrijk telefoontje” – had ik tegen mijn peut gezegd.

Die keek me vreemd aan.

“Ja nog een telefoontje dan is het weekend” – voegde ik er maar aan toe.

De telefoniste van het koeriersbedrijf vertelde mij dat ze die zaterdag vol zaten en terwijl ik protesteerde dat ze mijn afspraak al anderhalve week terug had ontvangen, bleek er geen mogelijkheid te zijn. En dat terwijl ik die vrijdag speciaal voor die koerier een huisnummer op mijn muur had gemonteerd. Je zou toch niet willen dat je je nieuwe gadget niet krijgt, omdat de beste man je huis niet kan vinden.

Goed maandag was voor mij geen optie, dus dan maar vandaag. “Tussen 8:30 en 11:22 komt de koerier bij u langs” was het Sms’je dat ik gisteren ontving. En ik moest lachen om de nauwkeurigheid van die eindtijd.

Goed de beste man kwam, gaf mij het pakketje en ik was er trots op dat ik me kon beheersen. Het enige dat ik deed was controleren of de accu vol was, als dat niet het geval was dan zou ik hem aan de oplader hangen zodat ik deze avond eens lekker kon spelen met de nieuwe gadget.

Tijdens de middag pauze stopte ik mijn huidige SIM-card erin. Speciaal voor de iPhone nam ik afscheid van Vodafone en nam ik een abonnement bij T-Mobile. Hmmmm ongeldige SIM, terwijl mijn collega’s een week voor mij hetzelfde toestel bestelden en die bleek SIM-lock vrij te zijn. En ik had eigenlijk ook wel beter moeten weten, want ik kreeg hem voor niks en die collega’s moesten bijbetalen.

Na een uur aan de telefoon te hangen kreeg ik eindelijk een medewerker van de betreffende webwinkel aan de telefoon. “Mijnheer we mogen geen SIM-lock vrije iPhone’s meer verkopen van Apple”. De rest van het gesprek zal ik u maar besparen.

Nu heb ik dan eindelijk iets wat ik al lang wilde hebben, maar kan ik er compleet niks mee. Het toestel ligt te pronken op de tafel en ik moet een maand wachten alvorens ik hem kan gebruiken. Daar gaat een maand van mijn 12 maanden durende garantie. Daar gaat mijn afspraak met Ex-Collega’s om te gaan Geo-Cachen. Frapant is dat, soms krijg je iets dat je al lang wilt hebben, maar eigenlijk blijkt dan dat je nog niks hebt.

En ondertussen zoek ik maar weer naar handige programma’s die ik straks op mijn iPhone kan installeren. Ik heb al een twitter-client gevonden, een applicatie waarmee ik een blog kan schrijven op mijn iPhone en nog tal van dat soort leuke “nuttige” dingen.