Bij de super

De zaterdaghulpjes hadden net de twee rijen met winkelwagens die voor de winkel stonden aangevuld, toen ik met mijn weekend boodschappen naar buiten kwam. Bij elk van de rijen stond wel iemand, al was het bij de linkerrij een komen en gaan, terwijl er bij de rechterrij niet veel beweging was. Daar stond een oud dametje krom gebogen bij een winkelwagentje terwijl ze aan het kettinkje van een winkelwagen stond te trekken. En terwijl ik mijn wagentje in de linker rij drukte keek ik even naar haar en knikte naar haar zoals je mensen op straat begroet als je eigenlijk geen zin hebt om wat geluid uit je keel te persen, maar ik kreeg geen enkele reactie.

Nadat ik de fietstassen op mijn fiets had bevestigd, fietste ik weer langs de rij met winkelwagens en het dametje stond er nog. Heel even deed ze me denken aan mijn eigen oma en daardoor werd ik iet wat boos op al die mensen die haar daar maar lieten staan. Ik stapte af en vroeg of ik haar ergens mee kon helpen, er kwam geen reactie. En nadat ik 5 minuten lang, zonder resultaat, geprobeerd had om met haar in gesprek te komen ben ik maar weggefietst. Ik hoop niet dat ik haar bang gemaakt heb ofzo. Ik wilde haar alleen maar helpen.

De regel die mij raakt

Deze keer in de regel die mij raakt, speel ik vals. Ten eerste zijn het twee nummers en ten tweede gaat het niet om de teksten (alhoewel die ook wel mooi zijn). Brand bier had in de jaren ’90 twee commercials die het ultieme lente gevoel bij mij oproepen. Als ik “Via Con Me” van Paolo Conte hoor dan waan ik mij in de auto onderweg naar een vakantiebestemming in Italie.

Het tweede nummer is “Wild Wood” van Paul Weller, het is denk ik minder bekend werk van hem, maar door dat hij gebruikt is in een commercial waarin iemand met zijn voeten verkoeling zoekt in een beekje, is er voor mij de associatie met de lente.  En aangezien de Lente zelf nog niet komt, probeer ik met deze twee liedjes de lente een beetje naar u te brengen.

Get the Flash Player to see the wordTube Media Player.

En waar was jij?

Er is geen ontkomen aan, want op elke nieuwssite en op tv wordt er veel over geschreven en gesproken. En ja natuurlijk is dat begrijpelijk al vind ik het soms een beetje een overkill aan informatie. U snapt al ik doel op het neergestorte vliegtuig. En telkens als er een ramp gebeurt, komen de herinneringen aan voorgaande rampen naar boven. Sommige rampen heb je opgeslagen, omdat je ze via de TV hebt gevolgd en andere, omdat je daar meer gevoel bij hebt. Maar van al die rampen schijnt bijna elk mens zich precies te kunnen herinneren waar hij die bewuste dag was en wat hij deed.

Zo weet ik waar ik was toen ik van de bijlmerramp hoorde en zo ook van: de café brand in Volendam, de moord op Pim Fortuyn en de aanslagen op 11 September. In dit rijtje  mist de oplettende luisteraar zaterdag 13 mei 2000, de vuurwerkramp in Enschede. Dat speelde zich namelijk af op nog geen kilometer afstand van mijn toenmalige studentenflat. En waar ik toen was? Ik zat in de trein van Enschede naar mijn ouders. En als ik niet toevallig op teletekst had gekeken om daar te lezen dat er geen treinen reden vanaf station Enschede, dan was ik niet een uur eerder vertrokken en dan had ik volgens mijn oorspronkelijke planning langs die fabriek gelopen op het moment van de ontploffing. Soms heeft een mens dus ook gewoon veel geluk en verder dan dat moet je er ook niet bij stilstaan.

Maar wat ik me dan ook afvraag is, waarom heb ik dat niet met mooie dingen die zich afspelen op het landelijke of wereldlijke vlak. En ik zat al een tijdje te denken welke momenten dat dan zouden kunnen zijn, maar nog steeds komt er geen speciale herinnering naar boven. Het enige dat ik me kan bedenken is, dat die rampen altijd onaangekondigd gebeuren en dat de mooie momenten altijd van te voren aangekondigd worden. Want het hele programma van het EK in 1988 was al ruim van te voren bekend. Het enige dat je niet van te voren kon weten waren de uitslagen van de wedstrijden. Mocht u voorbeelden hebben van die onaangekondigde momenten waar ik nog steeds over nadenken. Ik hoor ze graag.

Headhunters

Gisteren werd ik weer eens benaderd door een headhunter, met de vraag of ik niet voor een bedrijf wilde werken dat bij mij in de buurt zit. De eerste vraag die bij mij dan naar boven komt is altijd waarom ik? Hoe kun je in mij de ideale kandidaat zien terwijl je me niet eens kent. Maar goed dat even terzijde. Heel de wereld maakt zich nu druk om een recessie, iets wat volgens mij gewoon bij de mensen in hun hoofd zit, want het is juist nu dat ik meer aanbiedingen krijg van headhunters dan dat ik ooit kreeg. Ik bedank ze allemaal, ik doe een project voor het grootste incassobureau van Nederland, daar moet je gedurende een recessie al helemaal niet weggaan.

Het mooiste headhunters verhaal wil ik toch wel graag met jullie delen, het is een voorbeeld van hoe sluw ze te werk gaan. Ik werkte nog voor mijn vorige werkgever toen de receptioniste mij belde met de mededeling: “Ik heb mijnheer X (ik weet de naam echt niet meer) voor je aan de telefoon”. Ik kende de betreffende persoon niet, maar nog voor ik dat kenbaar kon maken vervolgde ze haar betoog. “Hij schrijf een artikel over jou in een tijdschrift”, ik was enigszins geïrriteerd, maar toch ook wel gevleid. Welke idioot gaat over mij een artikel schrijven, ik ben op mijn werkgebied namelijk behoorlijk anoniem.

Om een lang verhaal kort te maken, hij vertelde dat hij mij via via kende (via via is toch niet gelijk aan kennen?). En dat hij voor mij de perfecte baan had bij een top 3 ICT bedrijf in Nederland. Ja, maar waarom zou ik daar willen werken? Daarop kon hij mij geen antwoord geven. Sterker nog op geen enkele van mijn vragen had hij een antwoord, ook niet op de vraag hoeveel hij aan mij zou verdienen. Ik denk niet dat er ooit een headhunter zal zijn die mij op een creatievere manier gaat benaderen. Overigens zit ik ook niet op ze te wachten, ik heb het uitstekend naar mijn zin bij mijn huidige werkgever.

Weer een folder blogje? Of toch niet?

Toen ik terug naar huis reed wist ik het zeker. Ik zou in dit blogje mijn ongenoegen uiten over de hele kudde van populistische, tabbloid weblogs die onder aanvoering van Sargasso.nl een initiatief zijn begonnen tegen die onverlaat uit Urk die 6.6 Miljoen folders door het land verspreidt. Ik vind man uit Urk een onverlaat omdat 6.6 Miljoen folders een hele hoop bomen zijn die bij minimaal 5 miljoen huishoudens ongelezen bij het oud papier belanden. Ik heb niets tegen de inhoud van die folder, omdat ik hem gewoon niet lees. En ik hoef hem niet te lezen, want dankzij mijn nee-nee stikker krijg ik hem ook niet.

Wat ik dan tegen die initiatiefnemers heb is eigenlijk het volgende. Alles waar GeenStijl bijstaat roept bij mij gewoon walging op. Ik vind het genre journalistiek dat door GeenStijl wordt bedreven ronduit misselijkmakend en dat baseer ik op een paar enkele bezoeken. Het is de goedkope vorm van tabbloid journalistiek waarbij met regelmaat alle ethiek wordt overschreden. Ik denk niet dat echte journalisten hiermee weg zouden komen als ze dergelijke artikelen in een krant of tijdschrift zouden plaatsen. En onlangs werd mijn mening over GeenStijl versterkt door de actie die ze uithaalden tegen mede wannabe publieke omroep de Televaag. GeenStijl laat de banden van een Televaag vrachtwagen leeglopen en roept zo de sympathie op van vele mensen, terwijl het in mijn ogen gewoon de reinste vandalisme is.

Daarbij komen deze weblogs ook niet in actie als een willekeurige winkelketen een folder verspreid waar men het niet mee eens is, omdat bijvoorbeeld de prijzen van de aanbiedingen te laag zijn, ik snap dit initiatief niet. Wat wil men bereiken? Om eerlijk te zijn lees ik nog liever die ene bewuste folder dan de shockeer en attack artikelen van GeenStijl.

Maar toen ik de reactie van Katyo las toen bedacht ik me:

  • Vanochtend reed ik heel ontspannen en zonder file naar mijn werk.
  • Vandaag heb ik heel gezellig met collega’s gegeten
  • Vandaag heb ik in alle rust wat achterstallig werk weg kunnen werken
  • Vandaag genoot ik van een aantal mooie blogjes van mijn medebloggers
  • Straks ga ik lekker sporten
  • Straks ga ik weer lekker oppassen en dus verder lezen in het boek dat ik nu lees

En met deze 6 heb ik al wat achterstand weggewerkt. Ik zal ze zo op papier zetten en ze dan vannacht onder mijn kussen leggen.

Voetje voor voetje

Afgelopen weekend kwamen mijn ouders logeren. En hoewel dat soms wel even iets inleveren is, ben ik voornamelijk ontzettend blij dat ik die lieve schatten allebei nog heb. Het is voor mij gewoon wennen dat ik 24/7 mensen om me heen heb. Maar dit weekend vloog zo snel voorbij dat het leek alsof ze net aankwamen toen ze al weer afscheid namen, weird.

Zo hebben pa en ik even geinventariseerd wat voor klussen we nog samen moeten doen om het stulpje helemaal om te toveren in een paleis. De achtertuin moet nog opgeknapt worden, de gang en overloop en de studeerkamer. Dat zijn de grote brokken, want er zijn nog tal van kleine klusjes die gedaan worden. Als je alles bij elkaar optelt is het eigenlijk best veel. Maar als je kijkt naar wat we het afgelopen jaar al gedaan hebben, dan valt dat reuze mee.

En zo moet je de dingen ook eigenlijk gewoon bekijken. Al een paar jaar heb ik last van een lichamelijk mankementje, de geest wil soms meer dan mijn lichaam kan. De afgelopen maanden had ik een terugval, zeg maar gerust een grote. Ik ging weer naar een fysiotherapeut en begon ook weer (onder begeleiding) met sporten. En hoewel het soms leek alsof ik niks vooruit ging, als ik nu terug kijk naar wat ik allemaal kan, naar wat ik pakweg een half jaar geleden nog niet kon. Dan heb ik in die paar maanden een behoorlijke sprong gemaakt.

Ik denk dat je in het leven ook vooral niet moet bekijken hoeveel voortgang je van dag tot dag maakt, want eigenlijk is dat veel te frustrerend. Je moet vooral kijken naar wat je wel kan en niet naar wat je niet kan. En als je dan zo af en toe eens stil staat bij de progressie die je over een langere periode maakt, dan merk je altijd dat die vooruitgang best groot is. Ik doe alles stap voor stap, voetje voor voetje.

Een leeg gevoel

Ik kan het gevoel dat ik nu heb niet zo heel goed omschrijven. Een beetje leeg, maar toch ook niet helemaal. Niet dat ik depressief ben, nee verre van dat, maar ik ben gewoon heel erg toe aan de lente. Op de een of andere manier voelt het alsof ik een boek dicht heb geslagen. Zo’n boek dat je in een ruk uitgelezen hebt, en die in plaats van vragen beantwoord alleen maar vragen oproept.

Het is voor u waarschijnlijk al net zo verwarrend als voor mij. Want ik ben me er niet bewust van dat ik een boek heb gelezen. En natuurlijk gaat dat gevoel wel weer over. Alleen op dit moment vreet het energie. Zoveel zelfs dat ik me niet op ga geven voor die verhalenbundel. Ik kom simpelweg niet verder dan de volgende zin (excuses voor het taalgebruik, het is een werkversie):

Het geluid van.. Wat een kutopdracht.

En over deze zin deed ik twee uur. Hopelijk begrijpt u dat dit niet echt literatuur te noemen valt. Aller sinds ben ik dus niet echt in de juiste mood om een verhaal te schrijven. Het gevoel is zo hartverscheurend, alsof ik besloten heb om een punt achter een relatie te zetten zonder het haar al verteld te hebben. Het gevoel dat ik altijd op school had zo vlak voor de zomervakantie. De wetenschap dat je je klasgenoten de komende zes weken niet meer zal zien, wat als kind een lange periode is. Terwijl geen van dit allen zich momenteel in mijn leven afspeelt.

Ik vind dat ik u al lang genoeg lastig gevallen heb. Ik ga eens in mezelf te raden waar dat gevoel vandaan komt. De komende dagen zal het hier iets rustig zijn, ik heb een druk weekend voor de boeg. Hopelijk nog wel even tijd voor de wekelijkse regel die mij raakt.

Vroegah

toen had je geen drempels. toen had je kuiluh. Dat was een reclame die een paar jaar geleden op de tv te zien was. En nu wil ik niet overkomen als een sentimentele bejaarde die terugblikt op zijn leven, maar: Toen ik opgroeide in de jaren 80 toen speelde wij voornamelijk buiten op straat. We voetbalden, deden tikkertje, deden stoepranden en nog meer van dat soort kinder bezigheden. Buiten wat lego en playmobil om was er gewoon niet zoveel voor kinderen als nu. Er waren bijna geen computers en internet al helemaal niet. Ik was in mijn klas best een unicum met mijn Comodore 64.

Liefdesverklaringen schreef je gewoon op een briefje in die stopte je stiekem in de jaszak van het meisje als ze even niet keek. En kleding die maakte moeders vooral zelf, afgezien van je mooiste kleren die je 1 keer per jaar voor een speciale gelegenheid kreeg. Ik geloof zelfs dat mijn moeder nog kleren voor me maakte toen ik voor de eerste keer in de 3de klas van de middelbare school zat. Elke week kreeg ik een beetje zakgeld en al vroeg leerde ik de waarde van geld. Op vakantie gingen we ook nauwelijks want a) dat geld kon beter besteed worden en b) bijna niemand ging jaarlijks op vakantie. Dus zodra het mocht werkte ik in de zomervakantie bij een fruitteler. Daar plukte ik rodebessen voor 1 gulden 50 per uur.

En nu kun je denken dat ik me toch als een sentimentele ouwe zak op stel, maar dat is niet waar ik heen wil met deze blog. Als ik nu zie dat er snotneuzen van 8 met een mobieltje rondlopen, ze allemaal de nieuwste game console hebben met de nieuwste spellen. Tja dan denk ik wel eens dat zou ik vroeger ook best gewild hebben. Maar ik denk dat veel mensen zich nu niet realiseren hoe goed ze het eigenlijk hebben. En ik misgun niemand iets, maar van de volgende gedachte schrok ik zelf ook wel wat. Eigenlijk is heel die recessie zo slecht nog niet.

We zijn met zijn allen toch eigenlijk best wel een beetje verwend en het zou eigenlijk helemaal geen kwaad kunnen dat we weer leren wat de waarde van geld is. En natuurlijk mag ik niet generaliseren, want er zijn ook huishoudens waar wel op elk dubbeltje gelet moet worden. Maar er zijn ook huishoudens waar kinderen in dure merkkleding lopen, waar ze naar een paar maanden uitgroeien. Huishoudens die 2 keer per jaar op vakantie gaan en waar kinderen de waarde van geld niet leren kennen omdat er toch genoeg is. Toen de mensen nog niet zoveel geld hadden, toen hadden ze elkaar en soms heb ik het gevoel dat we elkaar een beetje uit het oog verloren zijn.

The Wonder Years

simon_and_garfunkelVeel van mijn herinnering komen naar boven als ik, willekeurig, een cd opzet uit mijn collectie. Zo kwam deze weer naar boven toen ik naar “El condor Passa” van Simon and Garfunkel luisterde. Ik was een jaar of 4 dus mijn broer zal 7 of 8 geweest zijn. Zoals zo vaak in die tijd zaten we op zijn slaapkamer te luisteren naar de oude singletjes van mijn vader en moeder, die we op zijn platenspeler draaiden. We luisterden naar “Why don’t you write me”, de B-kant van “El Condor Pasa” .

“Kun je het je dan echt niet meer herinneren?” – vroeg mijn broer.

“Nee echt niet.” – zei ik.

“Probeer het nog eens dan.”

“Ja nu weet ik het weer” – zei ik.

Hij had me wijs gemaakt dat ik Art Garfunkel was en hij Paul Simon. En op zich had dat best gekund, hij met zijn git zwart haar en ik met mijn blonde krullen. Die hele middag speelden we dat we twee wereld beroemde artiesten waren, het spelen ging zo ver dat we het uiteindelijk allebei geloofden. Tijdens het spelen draaiden we ook singletjes als: “The Red Rubber Ball” van “The Cyrcle”, “With a Girl like you” van “The Troggs”, “Hi Ho Silver Lining” van “Jeff Beck” en “I wanna be your man” van “The Beatles” en nog vele anderen.

We draaiden ook “Same Old song” van de Haagse band the “The Motions” ,waarvan de gitarist later, met zijn nieuwe band “Shocking Blue”, furore zou maken door als eerste Nederlandse band een nummer 1 hit te scoren in the United States. Dat deden ze met het nummer “Venus”, dat in de jaren 80 gecovered werd door de appetijtelijke dames van “Banarama”. Op de hoes van de single “Same old song” stond een afbeelding van de band leden in zwart-wit. En mijn broer maakte mij wijs dat mijn twee ooms en mijn vader vroeger in de band speelden.

“Dat zie je toch wel. Dat daar die ene is pa. En dat is ome Henk en dat daar is ome Herman” – zei hij.

“Ja maar wie is die vierde dan?” – vroeg ik.

“Doe nou niet zo dom. Je ziet toch dat het pa, ome Henk en ome Herman zijn.”.

Ik geloofde hem zoals ik bijna alles geloofde wat hij zei, want tegen een grote broer kijk je altijd op en die weet het altijd beter. Maar welke single we ook draaiden, die middag kon er geen enkele tippen aan “El Condor Pasa”. Het nummer dat we die middag, tijdens ons concert in Tokyo voor onze Japanse fans speelden.

Sommige ouders….

zijn niet te begrijpen. Ik deed vrijdagavond de weekend boodschappen en stond in de rij om af te kunnen rekenen. Voor mij stond een man waarvan ik met enige zekerheid kan zeggen dat hij en zijn gezin behoren tot het typische gezelschap van tweeverdieners. Het soort ouders dat hun kinderen vijf dagen per week naar de BSO brengt, een veel te hoge hypotheek heeft en waarvan man en vrouw beide moeten blijven werken om die hypotheek af te kunnen lossen. Het soort ouders die meer om hun carrière geven dan om hun eigen kinderen. Want ja, het gras moet bij hunzelf nu eenmaal groener zijn dan het gras van hun buren.

Niet dat ik dat een probleem vind hoor. Iedereen doet maar wat hij niet laten kan, ik zelf houd eigenlijk niet eens van groen gras. Waar ik me dan wel over op kan winden is het volgende. De man had twee kinderen meegenomen, een dochter van rond de elf en een zoon van krap negen. De laatste boodschappen die op de band werden geplaatst waren twee oranje Breezers. Nu zegt dat natuurlijk helemaal niks, die zouden ook voor moeders de vrouw kunnen zijn. Maar nadat ik mijn zwaar beladen fietstassen aan mijn bagagedrager had bevestigd, zag ik het drietal voorbij komen lopen. Ze hadden blijkbaar net de boodschappen in de auto geladen en de winkelwagen teruggebracht. En de man opende de twee breezers voor zijn kinderen: “Niet alles nu al opdrinken, ook nog wat voor thuis bewaren”.

Onbegrijpelijk!!!