En langs het tuinpad van mijn vader…

Dat ene liedje van Wim Zonneveld, “ons dorp”. Feitelijk gaat het niet over een dorp, maar over Deurne in Brabant en dat is qua populatie de naam dorp al overschreden. Maar dat gevoel dat je bij dat liedje krijgt als je hem hoort, dat is het gevoel dat ik heb als ik in mijn nieuwe huis ben. Na een week klussen is het er een grote chaos. De keuken is er uit en op de benedenverdieping kijk je tegen de rachters aan, want de plafonds zijn er uit. Aangezien het een flinke afstand is tussen mijn nieuwe en mijn oude huis probeer ik daar ook nog wat te leven en dan bekruipt me soms het gevoel dat het nooit af komt. Onzin natuurlijk, maar goed ik klus grotendeels alleen. Ik ben namelijk de enige die vakantie heeft.

Wat is het dan fijn als je daar gaat wonen waar de dorpse waarden en normen nog gelden. Ik was nog geen dag aan het klussen of mijn nieuwe buurvrouw belde aan. “Kom je vanavond bij ons eten?”. Ik had helaas al een magnetron maaltje gekocht maar ik vroeg of het de volgende dag mocht. En ja dat was geen probleem. De volgende dag ging ik er heen en ik ben zeldzaam zo warm ontvangen.

De dag erop kwam de leverancier het bouwmateriaal brengen. Er was mij beloofd dat het binnenshuis afgeleverd zou worden. Alleen de chaffeur dacht daar anders over. Ik had geen zin om te bakkelijen, en zat te denken hoe ik de gipsplaten tussen de buien door binnen zou krijgen. En nog voor ik het antwoord had kwam de buurman me al helpen.

Zeldzaam is dat. Terwijl het eigenlijk van zelfsprekend zou moeten zijn dat je voor elkaar klaar staat als dat nodig is. Nu weet ik weer waarom ik blij ben dat ik de stad verlaat en weer terug ga naar een dorp. Hoewel het soms lijkt dat de tijd er stil heeft gestaan denk ik dat het juist andersom is. Delen van sommige steden zijn weer terug in de tijd van de middeleeuwen. Terwijl het juist zo fijn als als je er voor andere mensen kunt zijn en dat je onvoorwaardelijk op andere mensen kunt rekenen.